
Archief Lezingen

Ritueel of alledaags? Dierlijke deposities in de necropool van Dendera.
5/19/26
Eva De Smet
MA Egyptologie KU Leuven
Dendera is als archeologische site vooral bekend om het indrukwekkende tempelcomplex
van Hathor, maar in de aangrenzende necropool werden begin 20ste eeuw ook talrijke
dierlijke resten aangetroffen, onder meer tijdens de opgravingen van Clarence Stanley Fisher (1915-1918). Deze vondsten kregen tot op heden weinig aandacht, waardoor hun betekenis binnen het funerair landschap van Dendera grotendeels onduidelijk bleef. In deze lezing werpen we een nieuwe blik op dit vergeten materiaal.
Aan de hand van ongepubliceerde, oude opgravingsdagboeken, foto’s en tekeningen worden 45 dierlijke deposities onderscheiden, variërend van enkele losse botten tot één of
meerdere complete dieren. Door hun ligging, behandeling en context te analyseren, kunnen we nagaan welke rol deze dieren mogelijk speelden. Ging het om offers, grafgiften of ritueel
betekenisvolle dieren, of eerder om alledaagse, niet-funeraire of niet-rituele deposities, zoals voedselafval, natuurlijke sterfte of latere verstoringen?
De resultaten tonen een gevarieerd beeld. Hoewel geen van de dieren duidelijke sporen van
mummificatie vertoont, wijzen verschillende vondsten wel op doelbewuste begraving,
mogelijk in een rituele of funeraire context. Andere resten daarentegen, lijken beter te
passen binnen het dagelijkse, praktische gebruik van dieren, zonder duidelijke rituele of
funeraire betekenis. De chronologische datering blijft problematisch, maar het materiaal
suggereert een langdurig gebruik van de necropool voor dieren, waarbij de Grieks-Romeinse periode het meest waarschijnlijke lijkt.
Dit onderzoek benadrukt de diversiteit en complexiteit van het dierlijk materiaal uit Dendera
en toont aan hoe hernieuwd onderzoek van oud opgravingsmateriaal nieuwe inzichten kan
opleveren. Foto: Fischer Archieven 1915-1918.

De recente opgraving van de tempel van Isis in Berenike aan de Rode Zee
4/28/26
Olaf Kaper
Professor Egyptologie Leiden
In de afgelopen tien jaar heeft een team van archeologen en specialisten gewerkt aan de opgraving en de studie van de hoofdtempel van de havenstad Berenike. Het gaat om een Egyptische tempel die in de Hellenistische tijd was gebouwd, en die daarna in de vroeg-Romeinse tijd ingrijpend werd gerenoveerd en opnieuw gedecoreerd. Met name de voorhof van de tempel was een belangrijke ontdekking, omdat er grote hoeveelheden resten van beelden en inscripties werden aangetroffen. Contacten met andere handelsnaties waren in de voorhof vertegenwoordigd door beelden uit Meroë, Palmyra en in het bijzonder India. De spectaculaire vondst van een Boeddha-beeld in deze tempel haalde zelfs de wereldpers.

Glans van Zestien Tongen: Athanasius Kircher en de Sleutel tot de Hiërogliefen van Egypte
3/13/26
Omar Ghaly
MA Egyptologie Universiteit Leiden
In het Rome van de 17e eeuw was Athanasius Kircher een van de onbetwiste intellectuele supersterren. Niet alleen was hij een vermaard wiskundige, geoloog, sinoloog, theoloog en geneeskundige, hij had ook het geheim van de hiërogliefen ontdekt. Althans, dat dacht hij zelf. Met behulp van bronnen in Oosterse talen schreef hij boeken vol over de Neoplatoonse wijsheden die hij wist te onttrekken aan de vele Egyptische teksten in Rome.
In deze lezing ontdekken wij de wonderlijke wereld van Kircher en de Egyptologie van de renaissance en barok. Als case-study zullen we zijn boek Obeliscus Pamphilius nader bestuderen met een bijzondere aandacht voor de Arabischtalige bronnen die hij gebruikt. Specifieker nemen we de auteur Abenephius onder de loep – een van de meest enigmatische namen in Kirchers eclectische bibliografie.

From the island of Minos to the banks of the Nile:
Cretan journeys in Egypt during the reigns of Thutmose III and Amenhotep II.
2/17/26
Louis Dautais
PhD in Egyptology and in Aegean Prehistory
Research Fellow in Archaeology, Ghent University
Around 1450 BCE, geopolitical shifts in the Aegean and the Near East opened a new chapter of more direct relations between Knossian Crete and Thutmosid Egypt. A systematic re-examination of Egyptian textual and iconographic evidence, combined with Cretan archaeological record, now makes it possible to reconstruct in a dynamic way the history of interactions between the kingdom of Knossos and the Egyptian Empire in the course of the second half of the 15th century BCE.
This lecture invites us to follow the Cretans’ travels towards their encounters with the Egyptians, in the Levant or directly in the Nile Valley. It will also explore their activities in Egypt. Alongside diplomacy and trade, a myriad of interactions developed, characterized by greater mobility of people – now including artisans, artists, and even mercenaries, in addition to the traditional seafarers, emissaries, and merchants.
This broad movement of persons, sailing across an increasingly connected Eastern Mediterranean, was accompanied by the flow of their goods and skills: we will attempt to identify them more precisely. By outlining this panorama, we will aim to highlight the motivations behind Cretan expeditions, the maritime routes they followed, as well as the meeting places and the actors involved.

Gebruik van geurige harsvernissen in de grafkapellen van de Thebaanse necropool: een stap naar multisensorische kunst?
12/16/25
Alexis Den Doncker
Onderzoeker FRS-FNRS / ULiège / Universität Basel
Deze presentatie biedt een reflectie op het gebruik van vernis gemaakt van geurige harsen in de wandschilderingen van private grafkapellen in de Thebaanse necropool (Luxor, Egypte). Naast hun visuele functie, die voornamelijk bedoeld was om de kleurtoon van de pigmenten te verbeteren, opent de recente ontdekking van hun geurige aard de deur naar andere mogelijke functies. Door met name de verspreiding van de vernislagen over de iconografische eenheden van de decoratie van de grafkapel te onderzoeken — die duidelijk zorgvuldig werden uitgekozen — blijkt dat hun olfactorische kwaliteiten mogelijk ook in overweging werden genomen door de schilders. In dat geval werden de vernissen aangebracht op specifieke elementen van het decor, die semantische verbanden hadden met wierook, zalven die bij rituelen werden gebruikt — in het bijzonder "antyu" en vergelijkbare stoffen. Dit doet vermoeden dat de schilders de geurige eigenschappen van de gebruikte vernissen wilden overdragen op de voorstellingen, waarmee deze decors tot werkelijk multisensorische cultusinstallaties werden gemaakt.

De recente opgraving van de tempel van Isis in Berenike aan de Rode Zee
11/25/25
Olaf Kaper
Professor Egyptologie Leiden
In de afgelopen tien jaar heeft een team van archeologen en specialisten gewerkt aan de opgraving en de studie van de hoofdtempel van de havenstad Berenike. Het gaat om een Egyptische tempel die in de Hellenistische tijd was gebouwd, en die daarna in de vroeg-Romeinse tijd ingrijpend werd gerenoveerd en opnieuw gedecoreerd. Met name de voorhof van de tempel was een belangrijke ontdekking, omdat er grote hoeveelheden resten van beelden en inscripties werden aangetroffen. Contacten met andere handelsnaties waren in de voorhof vertegenwoordigd door beelden uit Meroë, Palmyra en in het bijzonder India. De spectaculaire vondst van een Boeddha-beeld in deze tempel haalde zelfs de wereldpers.

"Ik nodig u uit om met mij te dineren"
De organisatie van banketten in Ptolemaïsch Egypte
11/4/25
Kirsten Uyttersprot
MA Egyptologie, MA Oude Geschiedenis KU Leuven
Banketten waren een gevestigde traditie in het faraonische Egypte, met name tijdens de 18de Dynastie, zoals o.a. blijkt uit de uitgebreide grafversieringen in de graven van Rekhmire, Nebamun, Djeserkareseneb en Kay. Voor wat betreft de Ptolemaïsche periode is er tekstueel bewijs voor banketpraktijken, zoals uitnodigingen, verenigingslijsten en bierbonnen, maar bijbehorende decoratieve scènes uit die periode zijn opvallend schaars. Dit roept de vraag op of de traditie van de organisatie van banketten onveranderd bleef in de Ptolemaïsche periode, of dat deze een transformatie onderging.
Deze studie maakt gebruik van een interdisciplinaire methodologie door tekstuele, decoratieve en archeologische bronnen te synthetiseren om continuïteiten en veranderingen in banketpraktijken te onderzoeken. Tekstuele bronnen bevatten bewaard gebleven uitnodigingen voor maaltijden, verslagen van verenigingen die voorwerpen bijdroegen aan een perideipnon (begrafenisfeest) en bierbonnen afkomstig uit deipneteria (feestzalen) die specifiek waren voor de Grieks-Romeinse periode in Egypte. Decoratieve bronnen bestaan uit banketbeelden gevonden in graven uit de 18de Dynastie. Archeologisch bewijs omvat de fysieke overblijfselen van de deipneteria en begrafenismaaltijden die deel uitmaakten van de grafgiften.
Door deze verschillende soorten bewijsmateriaal naast elkaar te plaatsen, biedt dit onderzoek inzicht in bankettradities in twee belangrijke periodes uit de Oud-Egyptische geschiedenis. Het doel is om te bepalen of er een waarneembare lijn van continuïteit is van de faraonische periode naar de Ptolemaïsche periode, of dat er nieuwe organisatievormen ontstonden.

The necropolis of Abu Rawash from the 1st Dynasty to the Reign of Radjedef (4th Dynasty)
10/7/25
Yann Tristant
Professor Egyptologie KU Leuven
Located on the west bank of the Nile, 8 km northeast of Giza, the site of Abu Rawash lies at the northern edge of the vast Egyptian necropolis of Memphis. The area is currently dominated by the remains of the pyramid of Radjedef, the son and immediate successor of King Khufu (4th Dynasty). However, the site's history is much older than that, as the region is home to a series of cemeteries dating from the Predynastic period (c. 3200 BCE) to Roman times (1st century AD).
This presentation will focus on the period from the 1st to the 4th Dynasty (2900–2500 BCE), and the work carried out by the Institut français d’archéologie orientale (IFAO) over the past thirty years on the 1st Dynasty elite cemetery M, the pyramid complex of Radjedef and Necropolis F, where the king's sons were buried.It will demonstrate that the long-underexplored region of Abu Rawash is one of the most significant funerary sites within the vast necropolis of ancient Memphis, and continues to provide valuable insights into the early history of Egypt.

Wat de pot schaft: pap in het Grieks-Romeins Egypte.
5/14/25
Gert Baetens
Postdoctoraal onderzoeker KU Leuven
Want wat schafte die pot precies? Zoals in veel andere regio’s in het antieke Middellandse Zeegebied leefde de bevolking van Grieks-Romeinse Egypte voor een groot deel van graan, in eerste instantie in de vorm van brood. Deze lezing gaat over het kleine broertje van brood: graanpap. Dit gerecht verschijnt regelmatig in de Griekse papyri, maar ook – en dat is vaak over het hoofd gezien – in de Egyptische bronnen, die ons van alles leren over de bereiding en consumptie van deze lekkernij. Deze kleine voedselhistorie neemt ons mee langs verschillende plaatsen in Grieks- Romeins Egypte, met omwegen langs de Koptische monniken, Deir el-Medina, helemaal tot in het Oude Rijk.
Deze lezing wordt in samenwerking met Ex Oriente Lux gehouden, en zal uitzonderlijk op woensdag doorgaan, om 20u00 in MSI 01.12 (Erasmusplein 2, Leuven).

Dieren uit klei en steen: Lopend onderzoek op de dierenfigurines van Deir el Medina.
4/22/25
Audrey Crabbé
PhD-kandidaat Rijksuniversiteit Groningen
Al sinds de zestiende eeuw V.C. zijn dieren een belangrijk onderdeel van de archeologische site van Deir el-Medina. Veel informatie over dieren in dit Nieuwe Rijkse arbeidersdorp komt uit teksten en voorstellingen in tombes en op de figuratieve ostraca. Een nieuwe bron van dierenafbeeldingen werd ontdekt tijdens het conservatie- en inventarisatieproject van het Frans Instituut voor Archeologie (IFAO): figurines. Deze figurines, opgegraven tussen 1922 en 1951 tijdens Franse opgravingen onder leiding van Bernard Bruyère, zijn vandaag de dag verspreid over de magazijnen op de site, het Carter Magazijn in Luxor en internationale musea.
Sinds 2020 worden de dierenfigurines die bewaard worden in de Deir el-Medina magazijnen en het Carter Magazijn systematisch geïnventariseerd en onderzocht. Tot nu toe zijn er 1405 figurines herontdekt, waardoor dit een van de grootste collecties uit het oude Egypte vormt. Van de 653 reeds geïnventariseerde figurines is de meerderheid gemaakt van gebakken klei en kalksteen, met enkele exemplaren in ongebakken klei en hout. Ze verbeelden een grote variatie van diersoorten, waaronder slangen, apen, runderen, paarden, katten, vogels, krokodillen en vissen. De figurines worden onderverdeeld in vier categorieën: alleenstaande figurines, zoömorfe decoratieve elementen, miniatuur figurines en plaquettes. Veel van de figurines zijn fragmentarisch en vaak ontbreekt een precieze archeologische context, wat het bepalen van hun mogelijke functies bemoeilijkt. Echter, door middel van vergelijkingen met contemporaine sites waar ook dierenfigurines gevonden zijn, is het mogelijk om de functie van de figurines te reconstrueren.
Tijdens deze lezing zal de spreker haar onderzoek naar de dierenfigurines van Deir el-Medina toelichten. Na een introductie over de site en de rol van dieren in het arbeidersdorp, wordt ingegaan op de verschillende soorten figurines, hun materialen, de afgebeelde dierensoorten en de mogelijke functie van deze interessante groep artefacten."
Deze lezing zal doorgaan in MSI lokaal 00.14 (Erasmusplein 2, Leuven) en is live online te volgen.

Meer dan alleen een nieuw harpenaarslied: Een muzikale scène in het graf van Tatia in Saqqara.
3/6/25
Vincent Oeters
PhD-kandidaat KU Leuven / UGent
Tijdens het opgravingsseizoen in 2009 werd door de Leidse missie in Saqqara het bescheiden graf van Tatia opgegraven. Hij werkte als priester van de god Ptah en opzichter van de goudsmeden tijdens de regeerperiode van Ramses II. De zuidelijke muur van zijn versierde grafkapel toont een bijzondere muzikale scène van een harpist, een fluitspeler en drie zittende vrouwen. De scène is voorzien van een inscriptie van hiërogliefen in zeventien kolommen. Er werd aangenomen dat deze inscriptie de tekst van een nieuw harpenaarslied voorstelt. Recent onderzoek door de spreker heeft echter tot de ontdekking geleid dat de scène in kwestie meer is dan alleen een weergave van een harpenaarslied...
Deze lezing zal doorgaan in MSI lokaal 00.14 (Erasmusplein 2, Leuven) en is live online te volgen.

Stairway to heaven: Design, function and meaning of staircases in Ancient Egypt and neighbouring cultures (Engelstalige lezing)
2/18/25
Alexa Rickert
postdoctoraal onderzoeker Université de Namur
In addition to its purely practical function, which consists of overcoming a height difference between two levels, the staircase had already a highly symbolic character in antiquity. In Egypt, for example, it represented the primeval mound, was used as an image of the passing time in the ‘lunar staircase’ or was an integral part of rituals in the temple. Nevertheless, the design, function and meaning of staircases have received little attention in Egyptology, but also in ancient studies in general. An interdisciplinary research project funded by the Volkswagen Foundation and carried out in 2021 and 2022 aimed to fill this research gap by approaching the perspective that the people of the ancient civilisations themselves had on the staircase. For this purpose, staircases were not only examined in terms of their architectural design, but also contextualised within the various sources and studied with regard to symbolism and use.
The lecture will first report on the results of the project and then turn to two special features of the Egyptian staircases in the temples of the Greco-Roman period. On the one hand, it deals with the unusually large number of staircase designations in the temples of Dendara and Edfu and, on the other, with the question of why the participants in the depictions of festive processions on the walls of the staircases never set foot on the next step.
This lecture will take place in MSI room 00.08 (Erasmusplein 2, Leuven) and will be livestreamed online.
