Het Second Congress of Orientalists in Londen (1874). Of: een geopolitiek perspectief op de ontwikkeling van de vroege egyptologie

Harco Willems

Net als andere wetenschappen heeft de egyptologie een langzaam proces van professionalisering en institutionalisering doorgemaakt. Het beeld van de negentiende-eeuwse egyptologie wordt in hoge mate bepaald door avonturiers als Belzoni en visionaire wetenschappelijke reuzen als Champollion. Via hun ontdekkingen kwam de Europese elite in contact met het oude Egypte. Vele vroege egyptologen waren grote onderzoekers, die met veel doorzettingsvermogen de hiërogliefische inscripties konden ontcijferen die voor anderhalf millennium onleesbaar waren geweest. Het zogenaamde Dodenboek, dat destijds soms als “de bijbel van de oude Egyptenaren” werd beschouwd, behoorde tot de bronnen die de meeste aandacht trokken.

Dit romantische aura dat de vroege egyptologie omgeeft, is niet onterecht. Daarentegen is de geopolitieke context waarin het vak in de academische wereld wortel kon schieten een sterk onderbelicht fenomeen. In feite speelde het oude Egypte geen onbelangrijke rol in het machtsspel tussen de toenmalige geopolitieke grootmachten Frankrijk, Engeland, en Duitsland. Tijdens het 'Second International Congress of Orientalists', dat in 1874 in Londen werd georganiseerd, vond een ontmoeting plaats van een kleine groep egyptologen, die van groot belang zou blijken te zijn voor de ontwikkeling van het vak in latere decennia. De besluiten die toen genomen werden, werken tot de dag van vandaag door. Deze lezing onderzoekt de omstandigheden waaronder de ontmoeting plaatsvond, en laat zien hoe Richard Lepsius voor de uitbouw van zijn onderzoek optimaal gebruik wist te maken van de mogelijkheden die de toenmalige nationalistische wedijver tussen de Europese grootmachten bood.

10/11

Online lezing

Regisitratielink:

lezing voorbij

  • Wix Facebook page

© 2014 Egyptologica Vlaanderen vzw