Egyptologica Educatief:
Kaart van Egypte
 
1. Geschiedenis van Elephantine
Ilona Regulski

Gedurende het grootste deel van de faraonische periode, was de stad Elephantine (fig), het oude ‘Abu’, omwille van haar gunstige ligging ten noorden van de eerste cataract, tegenover het moderne Aswan, de zuidelijke grens van Egypte. Wat nu nog overblijft van de oude stad is niet meer dan een berg, ongeveer 350m. breed en 15m. hoog. De eerste opgravingen, aan het begin van deze eeuw, beoogden veel meer het vinden van papyri dan een systematisch onderzoek van de stad. Het huidige Duitse programma (DAIK), begonnen in 1969, heeft tot doel de bewijzen van 4000 jaar geschiedenis van de stad bloot te leggen.

De vroegste lagen dateren van het midden van het 4e millenium v.Chr. en bevinden zich op de meest oostelijke bergkam. In een natuurlijke nis tussen drie granieten rotsblokken ontstond een bescheiden heiligdom (fig), dat de basis legde voor een bouwactiviteit die gedurende de hele Egyptische geschiedenis het uitzicht van de tempel van de antilopengodin Satis zou gaan bepalen. Het is onduidelijk of de inwoners van de oude stad geëgyptianiseerde Nubiërs waren, wiens cultuur zich noordwaarts had uitgebreid, of dat de site toen al een Egyptische grensvestiging was. De oude naam van de stad, ‘Abu’ vertaald als ‘ivoor’ of ‘olifant’, geeft in ieder geval het belang van Elephantine als handelspost weer. Volgens sommigen wijst de naam ook naar de massieve granietrotsen die in de omgeving gevonden worden (fig).

Tijdens de eenmaking van Egypte werd deze functie aan de centrale administratie gekoppeld. In de loop van de 1e dynastie werd een fort gebouwd op het hoogste punt van het oostelijk eiland, dat blijkbaar bevolkt was met een niet locale, doch Egyptische militaire eenheid. Iets later legde men een omwallingmuur rond het hele complex aan, dat eveneens het zuidelijk deel van het oostelijk eiland omvatte. In de 2e dynastie werd vervolgens het resterende deel van het oostelijke eiland in de vestigingsmuren geïncorporeerd. Zowel administratieve, residentiële en industriële ruimtes zijn door architecturale resten en artefacten, te onderscheiden. Naar het einde van de 3e dynastie werd ook het westelijke eiland bebouwd. De meest vermeldenswaardige constructie hier is zeker de kleine trappenpiramide, zoals we die ook op andere belangrijke contemporaine sites in Midden- en Zuid-Egypte, zoals Nagada en Abydos, terugvinden. Zoals het fort was ook dit complex een project van de centrale autoriteiten. De piramide moest de constante aanwezigheid van de koning representeren en stond alzo symbool voor de staatkundige controle van de zuidelijke grens.

In contrast met de korte levensduur van dit complex staat de expansie van de Satistempel op het andere eiland. Zonder op elke bouwfase uitgebreid te kunnen ingaan, moeten we toch wijzen op een aantal belangrijke vondsten. Een opmerkelijke ontdekking uit de 5e dynastie was een depot van meer dan 350 kleine votiefgaven, meestal uit faiënce. Een uitgebreid assortiment van mensen- en dierenfiguurtjes, zowel koninklijk als privaat lagen verspreid over de vloer van de cultusruimte. Ten laatste in de regering van Pepi I, verantwoordelijk voor de eerste grotere verbouwingen in de 6e dynastie , kreeg de god Chnoem een cultusplaats binnen de tempel van Satis. Samen met Anoekis zullen zij later de triade van Elephantine vormen.
De val van de centrale koninklijke macht in de Eerste Tussenperiode deed de betekenis van Elephantine in het zuiden alleen maar toenemen. Het zijn de koningen van de 11e dynastie die voor het eerst steen bij hun uitbreidingen van de tempel gingen gebruiken. Mentoehotep II zou vervolgens een installatie bouwen voor de viering van de Nijloverstroming, die volgens de oude Egyptenaren in Elephantine begon. Toen Sesostris I het gebied verder zuidelijk annexeerde, verloor Elephantine voor het eerst zijn functie als grensstad. Desondanks bleef het een belangrijk administratief en economisch centrum. De Satistempel werd vervangen door een volledig uit steen opgetrokken structuur, verbonden met een voorhof waar de inwoners aan bepaalde festivals konden deelnemen (fig). Chnoem kreeg nu een eigen tempel in het centrum van de stad (fig). Een derde, maar niet minder belangrijke cultusplaats, was deze van de nomarch Heqaib (zie infra). Tijdens het turbulente einde van het Oude Rijk had hij zoveel voortreffelijk leiderschap aan de dag gelegd dat hij na zijn dood vereerd werd als een locale heilige. In de loop van het Nieuwe Rijk , wanneer de Egyptenaren steeds verder in Nubië doordringen en Elephantine alweer floreert, zal de cultus van Chnoem deze van Satis zelfs overtreffen. Door de vergroting van de tempels en bijbehorende economische instituties worden de bewoners gedwongen verder noordwaarts te trekken. Dat ook in deze tijd Syene (het huidige Aswan) op het vasteland, in de teksten verschijnt heeft hier wellicht mee te maken.
Met de aanvang van de Derde Tussenperiode, maakten herhaalde interne conflicten en de onafhankelijkheid van Nubië het strategisch belang van Elephantine opnieuw duidelijk. In de 26e dynastie werden verbouwingen hervat, met bijvoorbeeld de toevoeging van een nilometer (fig) aan de tempel van Chnoem. Tijdens de Perzische overheersing groeide het belang van de eerder aanwezige Joodse en Aramese kolonie. Ruïnes van huizen, on-Egyptisch van type, overleveren talrijke papyri gerelateerd aan het Jodendom.
Met de 30e dynastie brak terug een meer welvarende periode voor Elephantine aan, die zou voortduren onder de Ptolemaeën en Romeinen. Niet alleen werden tempels herbouwd en zelfs nieuwe aangelegd. Een monumentale poort van Alexander IV staat nu nog steeds recht (fig). In de Romeinse periode werd ook de rivieroever tussen de twee terrassen opgevuld. De haven van de stad verfraaide men met een monumentale trap en een heiligdom. In het residentiële district komen goed gepreserveerde woonstructuren en stockeerplaatsen uit deze periode aan het licht. Omdat de tempels en toebehoren nu bijna de helft van de oude site in beslag gingen nemen, verplaatste het dagelijkse leven van handel en administratie zich naar de oost-oever van de Nijl, het huidige Aswan. Met de komst van het Christendom in de vroege 4e eeuw, zou Elephantine defintief in de schaduw van Aswan treden. De verdedigende rol van Elephantine was in de 5e eeuw dan ook vooral gericht op aanvallen van plunderende bendes. De ontmanteling van de tempels voor bouwmateriaal, dat wellicht in deze periode begon, heeft tot gevolg dat er vaak niet meer dan fundamenten te zien zijn. Arabische bronnen vermelden ten slotte een klooster en 2 kerken op het eiland waarvan 1 kon worden teruggevonden in de voorhof van de Chnoemtempel. De laatste christelijke fase eindigde wellicht in de 13e of 14e eeuw.

In de buurt van de eerste cataract wordt een triade vereerd die vooral op twee grote domeinen actief is. In de eerste plaats werd het gebied van de eerste cataract door de oude Egyptenaren beschouwd als de plek waar zich de bronnen van de Nijl bevonden. Deze bronnen zorgden niet alleen voor de dagelijkse watertoevoer voor de Beide Landen, maar tevens voor de jaarlijkse overstroming die voor een deel de rijkdom van de Beide Landen uitmaakte.
Ten tweede was het gebied van de eerste cataract het zuidelijke grensgebied van Egypte met Nubië. Het gaat dus om een voor de Egyptische kroon belangrijk strategisch gebied.
Beide ideeën vinden we terug in de functies van de triade van Elephantine die gevormd wordt door Chnoem, Anoekis en Satis.

Bibliografie:
Dreyer G., Elephantine VIII, Der Tempel der Satet (AV 39), Mainz am Rhein, 1986.
Junge F., Elephantine XI, Funde und Bauteile, 1.-7.Kampagne, 1969-1976 (AV 49), Mainz am Rhein, 1978.
Ziermann M., Elephantine XVI, Befestigungsanlagen und Stadtentwicklung in der Frühzeit und im frühen Alten Reich (AV 87), Mainz an Rhein, 1993.

Op het net:

- De Duitse opgravingen van het Deutsches Archäologisches Institut

- De Satettempel: Egypt Index, Digital Egypt.

- De piramide van Elephantine: Ägypten.

- Monumenten uit Elephantine: Stèle van Sesostris I (BM), Beeld van Sarenput II (BM), Beeld van Ramses II (BM), Beeld Amenemhat V (Wien).

- De Elephantine papyri: info en vertalingen

- Sites met foto's: <1><2><3><4>

- andere informatie: Akhenaten's world, Egypt site, Tut62.net, Egipto, Egipto, Archeogate.

 

2. Het heiligdom van Heqaib
Bart Van Dooren

Heqaib is de bijnaam van Pepinacht, gouverneur van Elephantine en caravaanleider ten tijde van Pepi II. Hij was een belangrijke figuur voor het Egyptische koninkrijk, omdat Elephantine in deze periode de strategische uitvalsbasis was voor expedities naar het zuiden, een gebied waaruit vele waardevolle producten werden ingevoerd.

Het graf van deze gouverneur bevindt zich in Qoebbet el-Hawa (fig), in de rotsen tegenover Aswan, op de westoever van de Nijl. In de façade van zijn graf (fig) is een autobiografie aangebracht, waarin sprake is van de acties die hij heeft ondernomen tegen de gevaarlijke Nubiërs. Uiteindelijk–zo beweert hij toch–heeft hij vrede gebracht in dit roerig gebied. Zijn prestaties hebben hem alleszins geen windeieren gelegd, want uit alles blijkt dat hij een enorme populariteit heeft verworven, en ook nog lang na zijn dood heeft behouden. Rond zijn graf zijn een tiental andere grafschachten gegraven, allemaal tijdgenoten die zo dicht mogelijk bij het graf van deze illustere gouverneur wilden begraven worden.

Maar dat is niet alles. In 1932 stootten sebakh-gravers op Elephantine op grote stukken van standbeelden. Opgravingen op die plaats brachten een heleboel beelden, schrijnen en stèles aan het licht. Al dit materiaal was gewijd aan Heqaib, die blijkbaar als een soort heilige werd vereerd en op Elephantine een tempeltje had. De geschiedenis van dit complex (fig) kan worden gereconstrueerd als volgt. In het begin van de 12e dynastie laat Sarenpoet I, die later ‘burgemeester’ en priesteropzichter zal worden (t.t.v. Sesostris I) een kapellencomplex bouwen. In dit complex stond een schrijn voor het beeld van Heqaib en er waren alle voorzieningen voor offer- en beeldrituelen. Sarenpoet plaatste er ook een beeld van zichzelf en een naos voor zijn vader. In de loop van het Middenrijk voegden andere burgemeesters en priesteropzichters nog schrijnen toe. De huidige situatie van het complex is dan ook het resultaat van een hele serie bij- en verbouwingen.

Niet alleen lokale machthebbers waren actief in dit proces. Ook koninklijke beambten die voor hun beroep in Elephantine kwamen, lieten beelden en stèles plaatsen met hun eigen naam en die van verwanten en collega’s. Bovendien lieten zelfs enkele farao’s, bijvoorbeeld Sesostris III, er beelden plaatsen.

Het jaarlijkste hoogtepunt in de cultus van Heqaib vond plaats tijdens het Sokarfeest. Bij die festiviteiten werd zijn beeld rondgedragen door verwanten en door dodenpriesters. Zo werd uitdrukking gegeven aan de gemeenschap van levenden en doden en kregen de gelovigen de mogelijkheid de god in al zijn volmaaktheid te aanschouwen. Pas op het einde van de 13e dynastie beginnen tekenen van verwaarlozing op te duiken en gedurende de Tweede Tussenperiode raken de cultusinstallaties bedolven onder puin.

Wat was nu de precieze status van Heqaib? Die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden omdat het ons brengt bij de problematiek van de vergoddelijking van mensen. Het is in ieder geval duidelijk dat Heqaib een bijzondere positie heeft bekleed in de gemeenschap op Elephantine. Zijn positie lijkt eerder uitzonderlijk; enkel Isi in Edfoe heeft mogelijk een gelijkaardige verering genoten in dezelfde periode. In hoeverre de Egyptenaren deze vroegere machthebbers als goden beschouwden, blijft echter een heikel punt. In heel de periode dat deze cultus in stand werd gehouden, blijft de menselijke herkomst van deze figuren altijd duidelijk, wat er op wijst dat ze toch niet als echte goden kunnen worden beschouwd. Anderzijds zijn ze wel bemiddelaars tussen goden en mensen, omdat ze zelf de onsterfelijkheid hebben bereikt. Hun positie is daarom misschien nog het best te vergelijken met de heiligen in de katholieke cultus: niet echt helemaal goddelijk, maar wel van onschatbare waarde als voorbidders.

Waar had Heqaib zijn bijzondere positie aan te danken? Helemaal duidelijk is dit niet, maar er zijn wel een aantal factoren die hier wellicht een rol in hebben gespeeld. Ten eerste was Heqaib een belangrijk figuur geweest in de voornaamste bloeiperiode van Elephantine en in de 12e dynastie wil men hier opnieuw bij aanknopen. Ten tweede lezen we in zijn biografie dat hij succesrijke expedities heeft ondernomen en gewapenderhand is opgetreden tegen de Nubiërs. In het Middenrijk moet de pacificatie van de zuidelijke gebieden worden overgedaan, en Heqaib was daarbij het voorbeeld dat dan verder evolueerde tot een patroonheilige van deze onderneming. Tenslotte sluiten de levensidealen die in de biografie van Heqaib worden vermeld ook goed aan bij de aspiraties die in het Middenrijk courant waren. Daarom wordt de cultus van Heqaib, die als een normale cultus door zijn zoon Sabni was begonnen, uitgebreid met een totaal andere sociale dimensie: het was niet langer enkel een relatie tussen vader en zoon, maar tussen de voorvaderen en de hele gemeenschap. De Hoet-ka, het ‘ka-paleis’ van Heqaib wordt zo een regionaal heiligdom (vgl. de ka-paleizen van de gouverneurs in Ain-Asil in de Dakhla-oase).

Wie vereerden Heqaib? Traditioneel gaat de egyptologie er vanuit dat de vergoddelijking een uiting is van volksgeloof. Als men volksgeloof echter opvat als een alternatieve stroming naast of zelfs tegen de officiële cultus, dan is dat hier zeker niet het geval. Heqaib kan alleszins rekenen op de steun van de machthebbers. De meeste initiatieven ter verfraaiing van de cultus van Heqaib werden genomen door de lokale notabelen en door de expeditieleiders uit de residentie. De cultus maakte dus een deel uit van de elitecultuur en sloot wellicht ook aan bij de cultus van de godin Satis. In hoeverre de ‘gewone’ man van Elephantine eraan participeerde, is moeilijk uit het archeologische bestand af te lezen, omdat zij niet over dezelfde middelen konden beschikken als de notabelen om hun piëteit te uiten.

De vondsten bij deze kapel zijn niet alleen belangrijk om ons een beeld te vormen van Heqaib zelf en van de cultus die rond hem wordt gevoerd. Doordat de beelden (fig) de hele periode van het Middenrijk overspannen, vormen ze ook een spiegel van de geschiedenis van dit tijdsvak. Ze leveren informatie over sociale verhoudingen, religieuze voorstellingen en tradities in deze periode, zeker als we deze gegevens kunnen combineren met die van de tempel, de nederzetting en de necropool. Ook voor de evolutie van de stijl en de kunstgeschiedenis van het Middenrijk biedt dit materiaal een schat aan informatie. Zo is bijvoorbeeld de zogenaamde Elephantinestijl herkenbaar, een lokaal atelier uit de 13e dynastie. Alle beelden waren bovendien van uitstekende kwaliteit, wat wijst op het belang dat aan deze cultus werd gehecht.

Op het net:

- Kleine teksten: Touregypt, Selket.

- Sites met foto's: <1>

- Tekst van graf van Hekaib: Per-medjat.