
Het Egyptisch behoort tot de Hamito-Semitische talenfamilie. Deze heeft
vertakkingen van Afrika tot Azië en wordt daarom ook de Afro-Aziatische
groep genoemd. De Semitische talen worden in drie grote takken ingedeeld.
De Noordoostelijke groep bestaat uit het Akkadisch met zijn twee grote
dialecten: Babylonisch en Assyrisch. De Noordwestelijke groep bevat de
talen van het Syro-Palestijnse gebied waaronder het Fenicisch, het Hebreeuws
en het Aramees. Daarnaast komen een reeks plaatselijke dialecten voor
zoals het Ugaritisch en het Eblaïtisch. De Zuidelijke groep wordt
gevormd door het Arabisch en Etheopisch. Onder de Hamitische talen zijn
de Berbertalen, de Tsjadische en Koesjietische talen onderverdeeld. Het
Egyptisch vormt binnen deze familie een afzonderlijke taal met zowel Semitische
en Hamitische invloeden maar met een groot aantal originele elementen.
Door de eeuwen was het Egyptisch een zeer levendige taal die verschillende
taalstadia gekend heeft. Volgens het huidige onderzoek worden vijf grote
stadia onderscheiden:
Het Oud-Egyptisch
De
taal van de inschriften uit het Oude Rijk, de periode waaruit de eerste
doorlopende teksten stammen (2700-2200 v. Chr.). De Piramidenteksten zijn
het grootste corpus dat in deze taal geschreven is. Volgens sommige onderzoekers
zouden deze teksten in een voor het Oude Rijk reeds archaïsche taal
geschreven zijn en dus getuigen van het oudste taalstadium van het Egyptisch.
Voor het Oud-Egyptisch beschikken we ook over een groot aantal biografieën
uit de graven van de ambtenaren van het Oude Rijk. De bekendste teksten
zijn de biografie van Oeni uit Abydos en deze van Hirchoef uit Elephantine.
Het Middel-Egyptisch
Alhoewel men de eerste tekens van verandering ziet in de teksten van de
Eerste Tussenperiode is het Middelegyptische voornamelijk het taalgebruik
van het Middenrijk (2200-1800 v. Chr.). Deze taal wordt algemeen beschouwd
als de klassieke fase van de taal. De teksten in het Middelegyptische
zijn zeer talrijk. Voor de religieuze teksten kunnen we de Sarcofaagteksten
vermelden die verder werken op de Piramidenteksten. De litteratuur kent
een grote bloei tijdens de 12e dynastie met werken zoals de Leer van Amenemhat,
Sinoehe, de Schipbreukeling, het Gesprek van een Man met zijn Ba, om slechts
enkele te vermelden. Bovendien zijn er ook de inscripties uit tempels
die steeds talrijker worden.
Het Middel-Egyptisch leeft na het Middenrijk verder als een soort archaïsche
taal die men het "traditioneel Egyptisch" noemt. Deze taal wordt
vooral gebruikt in religieuze kringen tot in de Romeinse Periode. Zo zijn
de teksten op de muren van de tempels zoals Edfoe, Dendera, Esna en Philae
in deze taal geschreven.
Het Neo-Egyptisch
Tot de regering van Echnaton bleef het Middel-Egyptisch als geschreven
taal in gebruik. De gesproken taal bleef echter evolueren en de breuk
tussen de gesproken en de geschreven taal werd steeds groter. Onder Echnaton
werd de invloed van de gesproken taal opnieuw zichtbaar in de inscripties.
Zo ontstaat het Neo-Egyptisch dat definitief doorbreekt tijdens de 19e
en 20e dynastie (1580-700 v. Chr.). Terwijl vele religieuze teksten zoals
het Dodenboek nog steeds in het Middelegyptisch worden geschreven, produceert
het Neo-Egyptische een aantal belangrijke literaire werken zoals het Verhaal
van de twee Broers, de Strijd van Horus en Seth, de Reizen van Oenamon
enz. Belangrijk is echter ook dat men voor het Neo-Egyptische ook over
een belangrijk aantal niet-literaire bronnen beschikt zoals brieven, archieven
en administratieve documenten.
Het Demotisch
Vanaf de 8e eeuw voor Chr. zien we dezelfde breuk ontstaan tussen de geschreven
en de gesproken taal. Vanaf de 26e dynastie worden de teksten dan ook
in het Demotisch opgesteld. De benaming is afkomstig van Herodotos en
betekent letterlijk "volkstaal". Herodotos bedoelt hiermee de
nationale Egyptische taal, in tegenstelling tot de taal van de Griekse
bezetter. Ook voor dit taalstadium beschikken we over een ruime keuze
aan teksten. Onder de literaire teksten bevinden zich de Leer van Anchsjesjonqi,
de Sagen van Petoebastis. Het aantal administratieve documenten wordt
steeds groter en al treft men in deze periode vooral religieuze teksten
in het Middel-Egyptisch aan, het Demotische is ook hier gebruikt zoals
de Mythe van het Zonneoog getuigt.
Het Koptisch
He Koptisch is de laatste fase van de Oud-Egyptische taal die vanaf de
3e E. n.Chr. ontstaat en opgetekend wordt in het Koptisch schrift. De
grammatica blijft echter Egyptisch. Deze taal wordt Koptisch genoemd.
Na de 10e eeuw wordt zij echter algemeen door het Arabisch verdrongen
en blijft zij nog alleen in de Koptische liturgie bestaan. In de 17e eeuw
verdwijnt ook het Koptisch als gesproken taal. De Bijbel en de Heiligenlevens
vormen hier het grootste deel van de bronnen.

Het hiërogliefenschrift
Het Egyptische hiërogliefenschrift maakt gebruik van pictogrammen.
Dit betekent dat de tekens afbeeldingen zijn van objecten, personen, dieren
enz. Deze schrifttekens kunnen op verschillende manieren gebruikt worden
en samen vormen ze een systeem Waarmee dezelfde ingewikkelde taalkundige
informatie kan overgebracht worden als met ons eigen alfabet.
De vroegste hiërogliefen vinden we terug in de pre-dynastische periode
in de vorm van korte verklarende teksten op stenen voorwerpen en aardewerk.
De laatste dateerbare inscriptie in dit schrift vinden we terug in de
tempel van Philae in 394 na Chr. Het hiërogliefenschrift werd voornamelijk
op harde materialen hebruikt.
Alhoewel het hiërogliefenschrift gedurende deze lange periode steeds
hetzelfde lijkt, kent ook dit schrift een grote evolutie. Niet alleen
zijn de vormen van de tekens onderhevig aan modeverschijnselen, ook het
aantal tekens varieert. Zo gebruikt men tijdens de klassieke periode een
700-tal tekens. In de Ptolemaeïsche periode groeit het aantal tot
7000.
De cursus die hier volgt legt zich voornamelijk op dit schrift toe.
Het hiëratisch
Het hiëratisch is in feite een cursief schrift dat uit het hiërogliefenschrift
evolueert. Het werd gebruikt op papyrusvellen. Omdat een snellere manier
van opschrijven nodig was, werden de hiërogliefen cursief geschreven.
Soms ging men ook twee of meer tekens met elkaar verbinden door middel
van ligaturen.
Het boekenschrift
Het
boekenschrift is een minder gecursifeerde vorm van de hiërogliefen.
Dit schrift werd vanaf het Nieuwe Rijk vooral gebruikt voor het vervaardigen
van de Dodenboeken. Alhoewel de tekens niet met
evenveel details weergegeven worden als bij het hiërogliefenschrift,
zijn ze ook niet zo cursief als in het hiëratisch.
Het demotisch
Tijdens de Derde Tussenperiode degenereert het hiëratisch in wat
men noemt het abnormaal hiëratisch dat bijna onleesbaar wordt. Daarom
beslissen de koningen van de 26e dynastie het demotische schrift op te
leggen aan de administratie. Geleidelijk aan gaat dit schrift het hiëratisch
ook in de literaire werken verdrijven. Het demotisch maakt gebruik van
een uiterst cursieve vorm van de hiërogliefen waarbij er nagenoeg
geen band meer bestaat met de duidelijke tekens van het hiërogliefenschrift.
Het is aan enkele specialisten om groepen te herkennen en op basis van
de context de rest van de tekens en groepen te kunnen reconstrueren. De
laatste demotische inscriptie stamt uit 454 n. Chr. en werd eveneens teruggevonden
op de Isistempel te Philae.
Het koptisch
Toen de oude schriftsystemen in verval raakten en tenslotte tijdens de
Romeinse en Christelijke periode geheel verdwenen, werd hun plaats ingenomen
door een nieuwe schrijfwijze voor de Egyptische taal: het Koptisch, het
schrift van de Kopten. Het Koptische schrift bestaat uit de 24 letters
van het Griekse alfabet en wordt aangevuld met 6 tekens uit het Demotisch
om Egyptische klanken aan te duiden die in het Grieks niet voorkomen.
Het is een volledig alfabetisch systeem waarin zowel klinkers als medeklinkers
worden weergegeven.
De benaming van de schriften
De verschillende benamingen die hierboven gebruikt worden zijn bijna allen
afkomstig van de Grieken. Zij onderscheidden drie schriften. Het eerste
waren de ta ieroglufika of "heilige tekens", die door de Egyptenaren
de medoe-netjer of de "woorden van god" genoemd werden. Het
tweede schrift was ieratika of "priesterschrift" en het derde
demotika of "volkschrift". Deze verdeling was vooral gebaseerd
op de situatie van de latere perioden wanneer het hiëratisch voornamelijk
nog gebruikt werd voor religieuze documenten terwijl de administratieve
documenten in het demotisch geschreven werden. Het hiëratisch werd
echter in vroegere perioden eveneens in de administratie gebruikt terwijl
men ook het demotisch in latere perioden gebruikte voor religieuze teksten.
De termen zijn dus niet acht adequaat maar zijn desondanks behouden door
de egyptologen.
De naam 'Koptisch' is afgeleid van het Arabische woord qibt of qubt hetgeen
een verbastering is van het Griekse "aiguptios" dat op zijn
beurt afgeleid is van de oude, Egyptische naam voor de stad Memphis nl.
hoet-ka-ptah (het huis van de ka van Ptah). De Arabieren gebruikten de
term na hun verovering van Egypte in de 7e eeuw om de inheemse bevolking
aan te duiden.
Enkele kenmerken van het hiërogliefenschrift
Het ontbreken van klinkers in de geschreven taal
Zoals in het Hebreeuws, het Arabisch en in andere talen van het Oude Nabije
Oosten, worden in het Oudegyptisch schriftsysteem geen klinkers geschreven.
Een hiëroglifische tekst schrijft de zinnen als een consonantisch
skelet. Hoewel we de precieze uitspraak niet kennen, toch is het mogelijk
een tekst te begrijpen en grammaticaal te ontleden.
Het is pas met het Koptisch dat, door het gebruik van het Griekse alfabet,
de klinkers genoteerd worden. Voor de vroegere taalstadia heeft men ook
de studie van de vocalisatie (herstellen van klinkers) aangevat. Dit gebeurt
door vergelijking met het Koptisch, met Griekse transcripties en spijkerschrifttranscripties
van Egyptische namen en woorden.
Het artistiek karakter van het hiërogliefenschrift
Het picturale aspect van het hiërogliefenschrift zorgt ervoor dat
de opeenvolging van de tekens een kunstvorm
op zich is. De Egyptenaren hebben de tekens altijd esthetisch geordend
in kwadraten.Het was belangrijk dat de tekens binnen het kwadraat evenwichtig
geplaatst werden. Zo zullen ze het woord hetep "vrede" niet
als (a) schrijven maar wel als (b).
Om
dezelfde reden zullen ze nefer "mooi" als (c) en niet als (d)
schrijven
Het hiërogliefenschrift liet ook een sterke samenwerking toe tussen
schrift en beeld. Zo kon de afbeelding van een persoon beschouwd worden
als een monumentaal hiëroglifisch teken of konden verschillende tekens
samen een tafereel uitbeelden.
De oriëntatie van de tekens
Het hiërogliefenschrift is uiterst wendbaar. In principe werd vooral
van rechts naar links geschreven maar om allerlei redenen kon de richting
van de tekens veranderd worden. Ook hier speelde de esthetiek een belangrijke
rol. Dit kan men bijvoorbeeld duidelijk zien bij de oriëntatie van
de teksten rond een deur. Men kon zowel in regels (horizontaal) als in
kolommen (vertikaal) schrijven.
Het volgende linteel toont hoe vanuit een centraal punt de teksten naar
rechts en naar links lopen:

De bekende stèle van Medamoed die in het Louvre bewaard wordt
is iets complexer. De pijlen duiden de leesrichting aan. De rode nummers
komen overeen met de verschillende figuren van het linteel dat in twee
grote taferelen gesplitst is. De blauwe nummers geven aan welke teksten
met welke figuren overeenkomen.

Om de schrijfrichting en het begin van de tekst te vinden, gelden de
volgende regels:
- in principe schreef men altijd van boven naar onder.
- tekens met een duidelijk herkenbare voor- en achterkant (vb.. menselijke
en dierlijke figuren) "kijken" naar het begin van de tekst.
Men leest de tekst tegen de tekens in.
- Wanneer de tekst in kwestie een legende is bij een afgebeelde figuur
(zie. fig.6), dan kijkt ook deze figuur naar het begin van zijn of haar
tekst. De hiërogliefen zijn in dit greview in dezelfde richting georiënteerd
als de figuur waar zij bijstaan. In uitzonderlijke gevallen vertrekt de
tekst bij de persoon en leest men de kolommen in tegengestelde richting.
Men spreekt dan van een "retrograde" tekst.

Copyright © 2002, Egyptologica Vlaanderen VZW
Base URL: http://www.egyptologica-vlaanderen.be/
|