Egyptologica Educatief: Hiërogliefen lezen
les 1 les 5
les 2 les 6
les 3 les 7
les 4 les 8
 

Het Egyptisch behoort tot de Hamito-Semitische talenfamilie. Deze heeft vertakkingen van Afrika tot Azië en wordt daarom ook de Afro-Aziatische groep genoemd. De Semitische talen worden in drie grote takken ingedeeld. De Noordoostelijke groep bestaat uit het Akkadisch met zijn twee grote dialecten: Babylonisch en Assyrisch. De Noordwestelijke groep bevat de talen van het Syro-Palestijnse gebied waaronder het Fenicisch, het Hebreeuws en het Aramees. Daarnaast komen een reeks plaatselijke dialecten voor zoals het Ugaritisch en het Eblaïtisch. De Zuidelijke groep wordt gevormd door het Arabisch en Etheopisch. Onder de Hamitische talen zijn de Berbertalen, de Tsjadische en Koesjietische talen onderverdeeld. Het Egyptisch vormt binnen deze familie een afzonderlijke taal met zowel Semitische en Hamitische invloeden maar met een groot aantal originele elementen.
Door de eeuwen was het Egyptisch een zeer levendige taal die verschillende taalstadia gekend heeft. Volgens het huidige onderzoek worden vijf grote stadia onderscheiden:

Het Oud-Egyptisch
De taal van de inschriften uit het Oude Rijk, de periode waaruit de eerste doorlopende teksten stammen (2700-2200 v. Chr.). De Piramidenteksten zijn het grootste corpus dat in deze taal geschreven is. Volgens sommige onderzoekers zouden deze teksten in een voor het Oude Rijk reeds archaïsche taal geschreven zijn en dus getuigen van het oudste taalstadium van het Egyptisch. Voor het Oud-Egyptisch beschikken we ook over een groot aantal biografieën uit de graven van de ambtenaren van het Oude Rijk. De bekendste teksten zijn de biografie van Oeni uit Abydos en deze van Hirchoef uit Elephantine.

 


Het Middel-Egyptisch
Alhoewel men de eerste tekens van verandering ziet in de teksten van de Eerste Tussenperiode is het Middelegyptische voornamelijk het taalgebruik van het Middenrijk (2200-1800 v. Chr.). Deze taal wordt algemeen beschouwd als de klassieke fase van de taal. De teksten in het Middelegyptische zijn zeer talrijk. Voor de religieuze teksten kunnen we de Sarcofaagteksten vermelden die verder werken op de Piramidenteksten. De litteratuur kent een grote bloei tijdens de 12e dynastie met werken zoals de Leer van Amenemhat, Sinoehe, de Schipbreukeling, het Gesprek van een Man met zijn Ba, om slechts enkele te vermelden. Bovendien zijn er ook de inscripties uit tempels die steeds talrijker worden.
Het Middel-Egyptisch leeft na het Middenrijk verder als een soort archaïsche taal die men het "traditioneel Egyptisch" noemt. Deze taal wordt vooral gebruikt in religieuze kringen tot in de Romeinse Periode. Zo zijn de teksten op de muren van de tempels zoals Edfoe, Dendera, Esna en Philae in deze taal geschreven.

Het Neo-Egyptisch
Tot de regering van Echnaton bleef het Middel-Egyptisch als geschreven taal in gebruik. De gesproken taal bleef echter evolueren en de breuk tussen de gesproken en de geschreven taal werd steeds groter. Onder Echnaton werd de invloed van de gesproken taal opnieuw zichtbaar in de inscripties. Zo ontstaat het Neo-Egyptisch dat definitief doorbreekt tijdens de 19e en 20e dynastie (1580-700 v. Chr.). Terwijl vele religieuze teksten zoals het Dodenboek nog steeds in het Middelegyptisch worden geschreven, produceert het Neo-Egyptische een aantal belangrijke literaire werken zoals het Verhaal van de twee Broers, de Strijd van Horus en Seth, de Reizen van Oenamon enz. Belangrijk is echter ook dat men voor het Neo-Egyptische ook over een belangrijk aantal niet-literaire bronnen beschikt zoals brieven, archieven en administratieve documenten.

Het Demotisch
Vanaf de 8e eeuw voor Chr. zien we dezelfde breuk ontstaan tussen de geschreven en de gesproken taal. Vanaf de 26e dynastie worden de teksten dan ook in het Demotisch opgesteld. De benaming is afkomstig van Herodotos en betekent letterlijk "volkstaal". Herodotos bedoelt hiermee de nationale Egyptische taal, in tegenstelling tot de taal van de Griekse bezetter. Ook voor dit taalstadium beschikken we over een ruime keuze aan teksten. Onder de literaire teksten bevinden zich de Leer van Anchsjesjonqi, de Sagen van Petoebastis. Het aantal administratieve documenten wordt steeds groter en al treft men in deze periode vooral religieuze teksten in het Middel-Egyptisch aan, het Demotische is ook hier gebruikt zoals de Mythe van het Zonneoog getuigt.

Het Koptisch
He Koptisch is de laatste fase van de Oud-Egyptische taal die vanaf de 3e E. n.Chr. ontstaat en opgetekend wordt in het Koptisch schrift. De grammatica blijft echter Egyptisch. Deze taal wordt Koptisch genoemd. Na de 10e eeuw wordt zij echter algemeen door het Arabisch verdrongen en blijft zij nog alleen in de Koptische liturgie bestaan. In de 17e eeuw verdwijnt ook het Koptisch als gesproken taal. De Bijbel en de Heiligenlevens vormen hier het grootste deel van de bronnen.

Het hiërogliefenschrift
Het Egyptische hiërogliefenschrift maakt gebruik van pictogrammen. Dit betekent dat de tekens afbeeldingen zijn van objecten, personen, dieren enz. Deze schrifttekens kunnen op verschillende manieren gebruikt worden en samen vormen ze een systeem Waarmee dezelfde ingewikkelde taalkundige informatie kan overgebracht worden als met ons eigen alfabet.
De vroegste hiërogliefen vinden we terug in de pre-dynastische periode in de vorm van korte verklarende teksten op stenen voorwerpen en aardewerk. De laatste dateerbare inscriptie in dit schrift vinden we terug in de tempel van Philae in 394 na Chr. Het hiërogliefenschrift werd voornamelijk op harde materialen hebruikt.
Alhoewel het hiërogliefenschrift gedurende deze lange periode steeds hetzelfde lijkt, kent ook dit schrift een grote evolutie. Niet alleen zijn de vormen van de tekens onderhevig aan modeverschijnselen, ook het aantal tekens varieert. Zo gebruikt men tijdens de klassieke periode een 700-tal tekens. In de Ptolemaeïsche periode groeit het aantal tot 7000.
De cursus die hier volgt legt zich voornamelijk op dit schrift toe.

Het hiëratisch
Het hiëratisch is in feite een cursief schrift dat uit het hiërogliefenschrift evolueert. Het werd gebruikt op papyrusvellen. Omdat een snellere manier van opschrijven nodig was, werden de hiërogliefen cursief geschreven. Soms ging men ook twee of meer tekens met elkaar verbinden door middel van ligaturen.

 

 

Het boekenschrift
Het boekenschrift is een minder gecursifeerde vorm van de hiërogliefen. Dit schrift werd vanaf het Nieuwe Rijk vooral gebruikt voor het vervaardigen van de Dodenboeken. Alhoewel de tekens niet met evenveel details weergegeven worden als bij het hiërogliefenschrift, zijn ze ook niet zo cursief als in het hiëratisch.

Het demotisch
Tijdens de Derde Tussenperiode degenereert het hiëratisch in wat men noemt het abnormaal hiëratisch dat bijna onleesbaar wordt. Daarom beslissen de koningen van de 26e dynastie het demotische schrift op te leggen aan de administratie. Geleidelijk aan gaat dit schrift het hiëratisch ook in de literaire werken verdrijven. Het demotisch maakt gebruik van een uiterst cursieve vorm van de hiërogliefen waarbij er nagenoeg geen band meer bestaat met de duidelijke tekens van het hiërogliefenschrift. Het is aan enkele specialisten om groepen te herkennen en op basis van de context de rest van de tekens en groepen te kunnen reconstrueren. De laatste demotische inscriptie stamt uit 454 n. Chr. en werd eveneens teruggevonden op de Isistempel te Philae.

Het koptisch
Toen de oude schriftsystemen in verval raakten en tenslotte tijdens de Romeinse en Christelijke periode geheel verdwenen, werd hun plaats ingenomen door een nieuwe schrijfwijze voor de Egyptische taal: het Koptisch, het schrift van de Kopten. Het Koptische schrift bestaat uit de 24 letters van het Griekse alfabet en wordt aangevuld met 6 tekens uit het Demotisch om Egyptische klanken aan te duiden die in het Grieks niet voorkomen. Het is een volledig alfabetisch systeem waarin zowel klinkers als medeklinkers worden weergegeven.

De benaming van de schriften
De verschillende benamingen die hierboven gebruikt worden zijn bijna allen afkomstig van de Grieken. Zij onderscheidden drie schriften. Het eerste waren de ta ieroglufika of "heilige tekens", die door de Egyptenaren de medoe-netjer of de "woorden van god" genoemd werden. Het tweede schrift was ieratika of "priesterschrift" en het derde demotika of "volkschrift". Deze verdeling was vooral gebaseerd op de situatie van de latere perioden wanneer het hiëratisch voornamelijk nog gebruikt werd voor religieuze documenten terwijl de administratieve documenten in het demotisch geschreven werden. Het hiëratisch werd echter in vroegere perioden eveneens in de administratie gebruikt terwijl men ook het demotisch in latere perioden gebruikte voor religieuze teksten. De termen zijn dus niet acht adequaat maar zijn desondanks behouden door de egyptologen.
De naam 'Koptisch' is afgeleid van het Arabische woord qibt of qubt hetgeen een verbastering is van het Griekse "aiguptios" dat op zijn beurt afgeleid is van de oude, Egyptische naam voor de stad Memphis nl. hoet-ka-ptah (het huis van de ka van Ptah). De Arabieren gebruikten de term na hun verovering van Egypte in de 7e eeuw om de inheemse bevolking aan te duiden.

Enkele kenmerken van het hiërogliefenschrift
Het ontbreken van klinkers in de geschreven taal
Zoals in het Hebreeuws, het Arabisch en in andere talen van het Oude Nabije Oosten, worden in het Oudegyptisch schriftsysteem geen klinkers geschreven. Een hiëroglifische tekst schrijft de zinnen als een consonantisch skelet. Hoewel we de precieze uitspraak niet kennen, toch is het mogelijk een tekst te begrijpen en grammaticaal te ontleden.
Het is pas met het Koptisch dat, door het gebruik van het Griekse alfabet, de klinkers genoteerd worden. Voor de vroegere taalstadia heeft men ook de studie van de vocalisatie (herstellen van klinkers) aangevat. Dit gebeurt door vergelijking met het Koptisch, met Griekse transcripties en spijkerschrifttranscripties van Egyptische namen en woorden.

Het artistiek karakter van het hiërogliefenschrift
Het picturale aspect van het hiërogliefenschrift zorgt ervoor dat de opeenvolging van de tekens een kunstvorm op zich is. De Egyptenaren hebben de tekens altijd esthetisch geordend in kwadraten.Het was belangrijk dat de tekens binnen het kwadraat evenwichtig geplaatst werden. Zo zullen ze het woord hetep "vrede" niet als (a) schrijven maar wel als (b).

Om dezelfde reden zullen ze nefer "mooi" als (c) en niet als (d) schrijven


Het hiërogliefenschrift liet ook een sterke samenwerking toe tussen schrift en beeld. Zo kon de afbeelding van een persoon beschouwd worden als een monumentaal hiëroglifisch teken of konden verschillende tekens samen een tafereel uitbeelden.

De oriëntatie van de tekens
Het hiërogliefenschrift is uiterst wendbaar. In principe werd vooral van rechts naar links geschreven maar om allerlei redenen kon de richting van de tekens veranderd worden. Ook hier speelde de esthetiek een belangrijke rol. Dit kan men bijvoorbeeld duidelijk zien bij de oriëntatie van de teksten rond een deur. Men kon zowel in regels (horizontaal) als in kolommen (vertikaal) schrijven.
Het volgende linteel toont hoe vanuit een centraal punt de teksten naar rechts en naar links lopen:

De bekende stèle van Medamoed die in het Louvre bewaard wordt is iets complexer. De pijlen duiden de leesrichting aan. De rode nummers komen overeen met de verschillende figuren van het linteel dat in twee grote taferelen gesplitst is. De blauwe nummers geven aan welke teksten met welke figuren overeenkomen.

Om de schrijfrichting en het begin van de tekst te vinden, gelden de volgende regels:
- in principe schreef men altijd van boven naar onder.
- tekens met een duidelijk herkenbare voor- en achterkant (vb.. menselijke en dierlijke figuren) "kijken" naar het begin van de tekst. Men leest de tekst tegen de tekens in.
- Wanneer de tekst in kwestie een legende is bij een afgebeelde figuur (zie. fig.6), dan kijkt ook deze figuur naar het begin van zijn of haar tekst. De hiërogliefen zijn in dit greview in dezelfde richting georiënteerd als de figuur waar zij bijstaan. In uitzonderlijke gevallen vertrekt de tekst bij de persoon en leest men de kolommen in tegengestelde richting. Men spreekt dan van een "retrograde" tekst.



Copyright © 2002, Egyptologica Vlaanderen VZW
Base URL: http://www.egyptologica-vlaanderen.be/