De Egyptische Godenwereld

a-b-c-d-e-f-g-h-i-j-k-l-m-n-o-p-q-r-s-t-u-v-w-x-y-z

 


A

  • AGATHOSDAIMON:
  • AHA:
  • AHMOSE-NEFERTARI:
  • AKER:
  • AMON:
  • AMONET:
  • AMENHOTEP I:
  • AMENHOTEP ZOON VAN HAPOE:
  • AMSET:
  • ANAT:
  • ANEDJTI:
  • ANOEBIS:
  • ANOEKIS:

De naam van de godin Anoekis , die in het Egyptisch “anq.t” luidt, is afgeleid van het Egyptische werkwoord “anq” wat betekent “naar buiten brengen”. Haar naam betekent dus letterlijk “Diegene die (de overstroming) naar buiten brengt.”
Anoekis verschijnt als een vrouw met een grote kroon uit samengebonden riet. Deze godin heeft de gazelle als heilig dier. Zij wordt vereerd te Sehel, Elefantine, Aswan en Komir. Als godin van het zuidelijke grensgebied zal zij evenals Chnoem later bij de verovering van Nubië in de Nubische tempels worden vereerd.

  • APEDEMAK:
  • APIS:
  • APOPHIS:
  • ARENSNOEPHIS:
  • ASTARTE:
  • ATOEM:
  • ATON:

 


B
  • BANEBDJED:
  • BASTET:
  • BENOE:
  • BES/BESET:
  • BOECHIS:

 


C

  • CHEPRI:
  • CHNOEM:

De naam van de god Chnoem, die in het Grieks Xnoumis of Xnoubis en in het Egyptisch Xnmw werd genoemd, is zeer waarschijnlijk etymologisch verwant met het gelijkluidende Arabische woord voor “ram”. Dit lijkt plausibel daar de god Chnoem regelmatig wordt voorgesteld als een god met mens met een ramskop. Het Egyptische werkwoord Xnm dat betekent “vormen/modelleren” is waarschijnlijk later afgeleid van de naam van deze (scheppers)god.

De god Chnoem werd oorspronkelijk voorgesteld als een ram, maar reeds in het Oude Rijk verscheen hij ook als een mens met een ramskop. De vereringsplaatsen van Chnoem bevinden zich veelal in Opper-Egypte en elke locatie had haar eigen lokale verschijningsvorm van de godheid:

1. Heer van de cataract (nb qbHw): verschijningsvorm in de buurt van de eerste cataract, die ook in Thebe en Gebel es-Silsileh vereerd wordt, maar ook later, met de verovering van Nubië, in Qasr Ibrim, Dendoer en Semna.
2. Heer van Bigga (nb snm.t)
3. Chnoem in Elephantine (Xnmw Hry-ib Abw)

In de buurt van de eerste cataract vormde Chnoem samen met Anoekis en Satis een triade die vooral op twee grote domeinen actief was. In de eerste plaats werd het gebied van de eerste cataract door de oude Egyptenaren beschouwd als de plek waar zich de bronnen van de Nijl bevonden. Deze bronnen zorgden niet alleen voor de dagelijkse watertoevoer voor de Beide Landen, maar tevens voor de jaarlijkse overstroming die voor een deel de rijkdom van de Beide Landen uitmaakte. Ten tweede was het gebied van de eerste cataract het zuidelijke grensgebied van Egypte met Nubië. Het gaat dus om een voor de Egyptische kroon belangrijk strategisch gebied. Beide aspecten zullen we terugvinden in de functies van de goden van de triade van de eerste cataract.

4. Andere locaties zoals Kom Ombo, Edfoe, Esna, Hypselis en Her-wer

Waarschijnlijk was Chnoem dus in de eerste plaats geen lokale godheid. Men denkt nu veeleer aan een soort beschermgod van de koninklijke troon. Hierdoor behoort deze god waarschijnlijk tot één van de oudste goden van het Egyptische pantheon. Verder werd deze oude godheid reeds zeer vroeg opgesplitst in een veelvoud van gelijknamige, maar lokaal te onderscheiden verschijningsvormen.

Tot de hoofdfunctie van de god Chnoem kunnen we naast het beschermen van de koninklijke troon tevens zijn scheppingsfunctie vermelden. Reeds in het Middenrijk wordt Chnoem in Elephantine verbonden met Re, die andere grote scheppingsgod, tot de vorm Chnoem-Re. Voor het vervaardigen van mensen, goden en al het bestaande leven gebruikt hij een pottenbakkersschijf. Te Elephantine vormt Chnoem vanaf de regering van Sesostris I (12de dynastie) met de godinnen Anoekis en Satis een triade die wordt beschouwd als de “brenger van het nijlwater” (de overstroming) en aldus als “gever van vruchtbaarheid”, wat natuurlijk ook weer in verband te brengen is met de schepping.

In de funeraire literatuur verschijnt Chnoem eveneens als scheppergod, maar hij vervult ook allerlei andere en sterk uiteenlopende functies. Zo wordt hij in de “spreuken voor het brengen van de veerboot” steevast vermeld als de vervaardiger van deze veerboot.

 

  • CHONSOE:

 


D

  • DEDOEN:
  • DOEAMOETEF:
  • DOENANOEY:

 


E


F


G

  • GEB:

 


H

  • HA:
  • HAPY:
  • HAPY (Horuszoon):
  • HATHOR:
  • HATMEHYT:
  • HEH:
  • HEKA:
  • HEKAIB:
  • HERISJEF:
  • HEQET:
  • HOE:
  • HORUS:
    • HORUS CHENTI-CHETY:
    • HARENDOTES:
    • HARMACHIS:
    • HAROËRIS:

Haroëris vormt samen met Tasenetneferet (“de goede zuster”) en Panebtawy (“de heer van de beide landen”) een van de triades van Kom Ombo. Haroëris van Kom Ombo wordt gekoppeld aan Haroëris van Letopolis in Neder-Egypte en Haroëris van Qus in Opper-Egypte. Haroëris van Letopolis is de hemelse godheid met het epitheton Chenti-irty, de bezitter van de beide ogen, namelijk de zon en de maan. Volgens een mythe verliest hij in de strijd met de god Seth tijdelijk het oog dat de maan vertegenwoordigt of zelfs beide ogen. Hierop berust de andere verschijningsvorm van deze godheid als een blinde godheid: Chent-n-irty. De theologie rond deze godheid werd voor een groot deel overgenomen in de theologie van Kom-Ombo. De beide epitheta van Haroëris van Qus, namelijk “De grote leeuw” en “de stier,” worden eveneens gebruikt in de theologie van Kom Ombo.
In de theologie van Kom Ombo worden Haroëris en Tasenetneferet respectievelijk gekoppeld aan Sjoe en Tefnoet, . Hierbij zijn Sjoe en Tefnoet de eerste generatie, zodat Sobek en Hathor, geïdentificeerd aan Geb en Noet als de tweede generatie beschouwd kunnen worden. In dit schema wordt Panebtawy als zoon van Haroëris en Tasenetneferet dan ook vaak gelijkgesteld met Sobek.

    • HARPOCRATES:
    • HARSIËSIS:
    • HARSOMTOUS:
    • HORACHTY:
    • HORHEKENOE:
    • HOR MECHENTY-IRTY:
    • HORMERTI:
    • HOROEN:
    • HORUS VAN EDFOE:

Horus van Edfoe behoort ongetwijfeld tot de belangrijkste goden van het Egyptische pantheon. Met het epitheton Behdety (“die van Edfoe”) zien we hem reeds op de vroegste monumenten verschijnen in de vorm van de gevleugelde zonneschijf. Volgens de mythen die in de tempel van Edfoe zijn neergeschreven zou Horus de vorm aangenomen hebben van een gevleugelde zonneschijf om de vijanden van de goden te vernietigen. Daarom stelt de gevleugelde zonneschijf de beschermer voor die bijvoorbeeld op de lintelen van de deuren afgebeeld wordt.
Reeds in de reliëfs van Djozer onder de trappenpiramide wordt Horus van Edfoe in verband gebracht met het koningschap. Oorspronkelijk zou de god van Edfoe een valkengod zijn die volgens de mythen afkomstig was van Poent. Hij streek neer te Edfoe op de heilige standaard die daarom beschouwd werd als zijn “troon” of in het Egyptisch “behedet.” Edfoe wordt dus beschouwd als de troon van Horus. De naam van de nome waarvan Edfoe de hoofdstad is heet trouwens Oetjeset-Hor, “de troon van Horus.” Het is zeer waarschijnlijk dat het nabije Hierakonpolis waar de valk Horus van Nekhen vereerd werd, ervoor gezorgd heeft dat ook de valk van Edfoe de naam Horus kreeg. De naam van de stad en zijn theologische interpretatie als de standaard-troon verzekerde de link tussen Horus en het koningschap, iets wat trouwens ook fundamenteel was voor Horus van Hierakonpolis. Daarom werd op het hoofd van de valk van Edfoe de dubbele kroon geplaatst.
Het heiligdom van Edfoe kreeg ook nog de naam Mesenet of “de plaats van het harpoeneren.” Deze naam verwijst in feite naar de Delta waar een Horus vereerd werd in de vorm van een strijder die zijn vijanden aanvalt met een harpoen. Dat het heiligdom van Edfoe in het zuiden de naam kreeg van een stad in het noorden getuigt van de jumellering tussen noordelijke en zuidelijke theologische centra. In dit geval werd Edfoe verbonden met Sile/Mesen een stad in de oostelijke Delta waar Horus als verdediger van de oostelijke grens van het land werd vereerd en dus een oorlogzuchtig karakter had. Zo werd Edfoe als het ware het “Mesen van het Zuiden” terwijl Mesen het “Edfoe van het Noorden” werd.
De kenmerken en functies van Horus van Edfoe zijn zeer uiteenlopend en werden door de priesters tot een samenhangend geheel gesmolten. Fundamenteel kan men twee grote theologische denkpatronen vaststellen. In de eerste is Horus de zonnegod. Hij is in feite de lokale vorm van de Heliopolitaanse god Re. Een van de namen van Edfoe is dan ook de Troon van Re, met andere woorden de plaats van de triomf van de zonnegod. Dit laat toe aan Horus een aantal belangrijke kenmerken toe te schrijven. Zo is hij de schepper van de wereld en garandeert hij het voortbestaan van het leven door zijn dagelijkse cyclus. Horus van Edfoe wordt dan ook gelijkgesteld aan Chepri en Atoem, respectievelijk de ochtend- en avondzon.
In een tweede theologisch denkpatroon wordt Horus van Edfoe gelijkgesteld aan Harsiësis of Horus zoon van Isis. In deze hoedanigheid wordt hij de zoon van Osiris en alle aspecten van de Horus van de Osirismythe worden op hem overgeplaatst. Horus van Edfoe wordt dus de ‘wreker van zijn vader’ (Harendotes) en diens opvolger. Een centraal gegeven van de theologie van Horus van Edfoe is dan ook het koningschap.
Deze twee denkpatronen hebben vele kenmerken met elkaar gemeen en dit verklaart waarom ze zo gemakkelijk tot een coherent geheel konden worden samengebracht. Om zijn cyclus te voltrekken moet de zonnegod zijn vijanden vernietigen. Hij bezit ook een strijdvaardig karakter dat hij deelt met Harsiësis die de vijanden van zijn vader moet bestrijden om zijn erfenis te kunnen opeisen. De zonnegod, als schepper van de wereld, wordt beschouwd als de koning van de wereld zoals ook Harsiësis koning wordt van Egypte in navolging van zijn vader.
Dit dubbel karakter van Horus vindt ook zijn weerslag in de familie die in Edfoe vereerd werd. Enerzijds vinden we Horus met zijn echtgenote Hathor die samen een zoon verwekken die Harsomtoes heet. Deze Horus-die-de-beide-landen-verenigt symboliseert het cyclisch aspect zowel van het koningschap als van de zonnetheologie. Hij is daarom gelijkgesteld aan Horus als de verjongde zon en de opvolger van Horus in zijn koningschap. De geboorte van deze kindgod werd gevierd in de mammisi die voor de tempel van Horus werd opgericht.
De tweede belangrijke triade bestaat uit Osiris, Isis en Harsiësis waarbij Harsiësis voor Horus van Edfoe staat. De vormen van Horus waren in Egypte ontelbaar en Horus van Edfoe werd met verschillende van hen gelijkgesteld. Zo hebben we reeds vermeld dat Edfoe in het zuiden gejumelleerd was met Mesen, in het noorden. In de Delta werd ook Horus-khenty-khety vereerd wiens ogen vergeleken werden met de zon en de maan.
In Edfoe slorpte Horus alle kenmerken van zijn naamgenoten op. Naast de hoofdgod Horus werden ook nog andere goden vereerd in de tempel van Edfoe. Zo bevat de tempel een kapel voor de godin Mehyt die als woeste godin instond voor de bescherming van Osiris. Deze bezat in de noordwestelijke hoek van de tempel twee kapellen waar de Osirismysteriën gevierd werden tijdens de maand khoiak.
In de andere hoek van de tempel vinden we twee kapellen van Chonsoe waar de maangod garant stond voor de osirisrelikwie (het been) van Edfoe. Door zijn maancyclus symboliseerde hij ook het samenkomen van de lichaamsdelen van Osiris. Bovendien werd verondersteld dat het been van Osiris de overstroming voortbracht.

    • HORUS VAN LETOPOLIS:

 


I-J

  • IAH:
  • IHY:
  • IMENTET:
  • IMHOTEP:
  • IOENMOETEF:
  • IOESAS:
  • IPET:
  • ISI:
  • ISIS:

 


K

  • KAMOETEF:

 


L

 


M

  • MAÄT:
  • MAFDET:
  • MANDOELIS:
  • MEHEN/MEHENET:
  • MEHETOERET:
  • MEHYT:
  • MENHYT:
  • MERET:
  • MERETSEGER:
  • MESCHENET:
  • MIN:
  • MNEVIS:
  • MOET:
  • MONTOE:

 


N

  • NEBETHETEPET:
  • NEBETOE:
  • NECHBET:
  • NECHEMETAWAY:
  • NEFERHOTEP:
  • NEFERTOEM:
  • NEITH:
  • NEPHTHYS:
  • NEPRI:
  • NOEN:
  • NOET:

 


O

  • ONOERIS:
  • OSIRIS:

 


P

  • PACHET:
  • PANEBTAWY:
  • PTAH :
    • PTAH-SOKAR-OSIRIS:
    • PTAH-TATJENEN:

 


Q

  • QADESJ:
  • QEBEHSENOEF:

 


R

  • RAYT:
  • RATTAWY:
  • RE:
  • RENENOETET:
  • RERET:
  • RESJEF:

 


S

  • SATIS:
  • SECHET:
  • SECHMET:
  • SELKIS:
  • SERAPIS:
  • SESJAT:
  • SETH:
  • SIA:
  • SJAI:
  • SJESEMTET:
  • SJESEMOE:
  • SJOE:
  • SOBEK:

De krokodielgod Sobek werd voornamelijk vereerd in de Fayoem. In het zuiden is hij echter ook thuis te Kom Ombo waar hij een triade vormt met Hathor en Chonsoe. Sobek van Kom Ombo is ook verbonden met de figuur van Sobek van Gebel Silsila. In de Romeinse periode worden de hoofdthema’s van de theologie van Sobek uit de Fayoem ook toegekend aan Sobek van Kom Ombo. Sobek is in deze periode uitgegroeid tot een soort van universele godheid, heer van alle manifestaties van de kosmos. Regelmatig wordt hij daarom ook met de god Noen, de vertegenwoordiger van het oerwater, geïdentificeerd. Verder is hij Tatjenen, de chtonische oergod van Memphis (in latere tijden met Ptah versmolten), of Kematef, die alle goden geschapen heeft, en tevens wordt hij aangeduid als Ir-ta (“diegene die de aarde gemaakt heeft”), een ander aspect van Tatjenen. Verder wordt hij als universele godheid uiteraard geïdentificeerd met Re, de scheppergod die voortkwam uit het oerwater voor de eerste zonsopkomst. En zoals Sobek-(Re) in Kom Ombo aldus verbonden is met de zonsopkomst in het oosten van Re, zo wordt Haroëris daarentegen vereenzelvigd met Re in het westen. Tenslotte is Sobek de ka van Re en de ba van alle goden. Als beschermer van Re en alle goden is hij diegene die Apofis velt, staande op de boeg van de zonneboot.
Door het toepassen van de Heliopolitaanse theologie op de theologie van Kom Ombo werden Sobek en Hathor respectievelijk met Geb en Noet geïdentificeerd. Zij gelden daarom als de kinderen van Haroëris en Tasenenetneferet, die gekoppeld waren aan Sjoe en Tefnoet. Chonsoe, het kind van Sobek en Hathor, werd daarom gelijkgesteld aan Osiris.

  • SOKARIS:
  • SOTHIS:

 


T

  • TAYT:
  • TATJENEN:
  • TEFNOET:
  • THOEWERIS:
  • THOT:
  • TJENENET:
  • TOETOE:

 


U

 


V

 


W

  • WADJIT:
  • WASET:
  • WEPWAWET:
  • WERETHEKAOE:

 


X-Y-Z