Bibliografie

 


Algemeen

  • Eugen Strouhal, Leven in het Oude Egypte, H.J.W. Brecht, Haarlem, 1993, 278 blz, ISBN 90-230-0801-4

Dit boek verstrekt een schat aan informatie over zaken als geboorte, opvoeding, onderwijs, huwelijksleven, erotiek, geestelijke en lichamelijke gezondheid, huisvesting, kleding, godsdienst, arbeid, sport en spel. Mannen, vrouwen en kinderen treden zo uit de schaduw van de grote geschiedenis en komen ons zeer nabij. In een vlotte stijl en smaakvol geïllustreerd beschrijft dit boek uitvoerig het leven van de oude Egyptenaren, van de wieg tot het graf.

  • V. Davies en R. Friedmann, Egypte, Nieuws uit de oudheid, Londen, 1998, ISBN 90-6533-484-X

In samenhang met de vijfdelige televisiedocumentaire over het Oude Egypte die recentelijk door Teleac is uitgezonden, is tevens een bijhorende studie uitgegeven. Net zoals de televiesiedocumentaire is ook het werk van Davies en Friedman opgedeeld in vijf hoofdstukken. In "Chaos en koningen" worden naast de predynastische periode ook de eerste dynastieën behandeld, terwijl het tweede hoofdstuk, "De Scheppingsberg" de evolutie van de piramide volgt in Egypte en Nubië. "Een gouden tijd", het derde deel, richt zich vervolgens op de periode van het Nieuwe Rijk. Het vierde hoofdstuk, "Goden en demonen", concentreert zich op de verschillende religieuze monumenten en praktijken in het Oude Egypte, terwijl het laatste hoofdstuk, "Mummies ontleed", tenslotte dieper ingaat op de Oudegyptische gedachten en gebruiken aangaande het leven na de dood. Het boek vormt zodoende een uitstekende aanvulling op de televisiedocumentaire en biedt eenieder een goede kijk op het oude Egypte, gebruik makend van nieuwe en recente archeologische en egyptologische activiteiten in het land aan de Nijl. (Filip Coppens)

  • I. Shaw en P. Nicholson, British Museum Dictionary of Ancient Egypt, Londen, 1995, ISBN 0-711-0982-7

De recent verschenen encyclopedie van Shaw en Nicholson past volkomen in de reeds lange traditie van gelijkaardige werken die in de loop der jaren door het British Museum zijn gepubliceerd. Het boek biedt een grondig overzicht van sites, goden, heersers, voorwerpen en gebruiken uit predynastisch, faraonisch en Grieks-Romeins Egypte. De artikels bij de termen zijn vlot en duidelijk geschreven. Het werk is verder rijkelijk geïllustreerd en voorzien van de nodige referenties naar boeken en artikels voor diegene die meer wil vernemen over een welbepaald aspect van de Oudegyptische cultuur. De BM Dictionary vormt zodoende een uitermate handig naslagwerk voor allen met een interesse in het Oude Egypte. (Filip Coppens)

  • LETTRES ORIENTALES

Sinds enkele jaren publiceert het Oosters Instituut van de ULB een serie die Lettres Orientales heet. Daarvan is onlangs het zesde volume van verschenen en het leek mij ook voor onze lezers interessant de reeks even voor te stellen daar deze bij het publiek niet zo bekend is, ondanks het feit dat sommige studies ook het grote publiek kunnen interesseren.
Het eerste volume, uitgegeven door Michèle Broze en Philippe Talon, is een verzameling artikels die aan Prof. Philippe Derchain aangeboden werd. Onder de egyptologische artikels vinden we onder andere een bespreking van de toespraak van Thot aan Sethi I uit de tempel van Abydos (D. Bastin) en de grote triomfale inscriptie van Ramses III te Medinet Haboe (E. Van Essche). L. Delvaux bespreekt de beelden van Amenhotep zoon van Hapoe, van Horemheb en Paramessoe. Fl. Doyen en R. Preys geven een overzicht over de contacten tussen de Griekse en de Egyptische cultuur. S. Merchez onderzoekt de architecturale restauratie en N. Baum de natuurlijke geschiedenis van Egypte. M.-Th. Derchain-Urtel onderzoekt uiteindelijk de betekenis van de term ta-meri "het geliefde land".
Het derde volume van de reeks werd uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling over de kat in het Oude Egypte.
Het vijfde volume verzamelt de bijdragen voor het colloquium dat in Brussel plaatsvond. Op egyptologisch vlak worden de verbanden tussen macht en urbanisatie (Fl. Doyen), tussen macht en beeldhouwkunst (L. Delvaux) en tussen macht en materialen (Th. De Putter- K. Karlshausen) onderzocht. Ph. Derchain onderzoekt de farao in de tempel en E. Van Essche bestudeert de uitdrukking van de macht te Medinet Haboe. N. Baum bespreekt de mythe van Horus zoals deze opgeschreven werd in de tempel van Edfoe.
In het zesde volume tenslotte brengt E. Louant ons een uitgebreide studie van het graf van Poeyemre, de eerste profeet van Amon onder Thoetmosis III. Van het leven van de persoon kennen we praktisch niets. Hij startte zijn carrière onder Hatsjepsoet en stierf tijdens de regering van Thoetmosis III. Hij liet zich een graf aanleggen in de rots in de Khokha necropolis die uitkijkt op de straat die naar Deir el-Bahari leidde. Het graf bestond uit een portiek, een hal en drie kamers. De auteur bestudeert zorgvuldig de versiering van de verschillende delen van het graf. Daarbij wordt de nadruk gelegd op het feit dat deze versiering niet bestaat uit losse, afzonderlijke taferelen maar dat deze een geheel vormt waarbij de verschillende elementen naar elkaar verwijzen.

M. Broze - Ph. Talon (ed), L'atelier de l'Orfèvre. Mélanges offerts à Ph. Derchain, Lettres orientales 1, 1992.
Fr. Mawet - Ph. Talon (ed), D'imhotep à Copernic. Astronomie et mathématiques des origines au Moyen Age. Actes du colloque international, Lettres Orientales 2, 1992.
L. Delvaux - E. Warmenbol (ed), Les divins chats d'Egypte: un air subtil, un dangereux parfum, Lettres Orientales 3, 1991.
A.-Cl. Dero-Jacob, Sociétés et institutions traditionnelles de l'Islam, Lettres Orientales 4, 1995.
M. Broze (ed), Les moyens d'statement du pouvoir dans les sociétés anciennes, Lettres Orientales 5, 1996.
E. Louant, Comment Pouiemrê triompha de la mort, Lettres Orientales 6, 2000.

 

Geografie

  • John Baines en Jaromir Malek, Atlas van het Oude Egypte, Agon, Amsterdam, 1991, ISBN 90-5157-049-X

Zeer goede atlas, met per site een overzicht van de geschiedenis en de voornaamste monumenten; korte inleidingen over andere aspecten van de faraonische cultuur; talrijke illustraties.

  • B. Manley, The Penguin Historical Atlas of Ancient Egypt, Londen, 1996, ISBN 0-14-051331-0

Met 60 gekleurde kaarten krijgen we een overzicht van de Egyptische geschiedenis van haar prille begin tot de verovering van Alexander de Grote. Daarbij worden niet alleen de interne geschiedenis geïllustreerd maar ook de relatie tussen Egypte en zijn buren, Syrië-Palestina en Nubië. Handelswegen, oorlogscampagnes, administratieve indelingen, verwarrende situaties tijdens de Tussenperioden worden hier op een klare manier voorgesteld. Bovendien zijn de kaarten vergezeld door teksten die de grote lijnen van de Egyptische geschiedenis en cultuur kenmerken. (René Preys)

 

Geschiedenis

  • Cyril Aldred, Egypt to the end of the Old Kingdom, Thames and Hudson Ltd, London, 1988, ISBN 0-500-29001-6

Behandelt de kunst en architectuur van de predynastische periode en het Oude Rijk.

  • S. Quirke, Who were the Pharaohs? A History of their names wit a list of Cartouches, British Museum Publications, London, 1990, ISBN 0-7141-0955-X

Overzicht en interpretatie van de verschillende namen van de koning, geplaatst in een chronologisch en historisch perspectief, met een ruime lijst van de cartouches van de koningen.

  • K. Mysliwiec, Herr beider Länder. Ägypten im 1. Jahrtausend v. Chr., Kulturgeschichte der Antiken Welt 69, Mainz-am-Rhein, 1998, ISBN 3-8053-1966-5

Het recente werk van de Poolse egyptoloog Mysliwiec, de directeur van de Pools-Egyptische opgravingen te Tell Atrib in de Nijldelta, geeft een historisch en archeologisch overzicht van een tot nog toe vaak stiefmoederlijk behandelde periode uit de geschiedenis van het Oude Egypte : het eerste millennium voor Christus. Mysliwiec bespreekt hier in detail de verschillende fasen uit de periode tussen het einde van het Nieuwe Rijk in 1070 voor Christus en de komst van Alexander De Grote in 332 voor Christus. Zo wordt dieper ingegaan op onder meer de relaties tussen Thebe en Tanis (21ste - 24ste dynastie), de Nubische of 25ste dynastie, de Saïtische of 26ste dynastie en de aanwezigheid van Perzen en Grieken (27ste dynastie en Ptolemaeëntijd) in het land aan de Nijl. Een laatste hoofdstuk geeft tenslotte een overzicht van de Poolse archeologische en egyptologische activiteiten in Egypte. (Filip Coppens)

  • A.K. Bowman, Egypt after the Pharaohs. From Alexander to the Arab Conquest, Berkeley, 1986, ISBN 0-520-06665-0

De studie van Bowman kan beschouwd worden als een vervolg - zij het reeds een decennium eerder geschreven - op het recente werk van Mysliwiec. Deze studie behandelt namelijk het millennium tussen de intocht van Alexander De Grote in Egypte in 332 voor Christus en de Arabische verovering in 642 na Christus. Aan de hand van geschreven en archeologische bronnen gaat Bowman hier na wat de impact van de plotse aanwezigheid van Grieken en Romeinen in het Oude Egypte is geweest op de traditionele Oud- Egyptische instellingen en gebruiken. De relaties tussen deze verschillende etnische bevolkingsgroepen met hun eigen religieuze overtuigingen en politieke en economische instellingen en de veranderingen die zij in de loop der tijden hebben ondergaan worden zodoende in deze studie gedetailleerd uit de doeken gedaan. (Filip Coppens)

  • G. Hölbl, Geschichte des Ptolemaärreiches. Politik, Ideologie und religiöse Kultur von Alexander der Grossen bis zum römische Eroberung, Darmstadt, 1994

Een uitstekend historisch overzicht van de Ptolemaeïsche dynastie in Egypte, te beginnen met de aankomst van Alexander De Grote en eindigend 300 jaar later met de dood van Cleopatra VII en de intocht van Octavianus, de latere keizer Augustus, in Alexandrië in 30 voor Christus, is zeker te vinden in het werk van Gunther Hölbl. Hölbl besteedt in deze studie immers niet alleen aandacht aan de geschiedenis van deze periode, maar gaat tevens dieper in op evoluties en veranderingen op het gebied van kunst, cultuur en religie in Egypte gedurende de laatste drie eeuwen van het eerste millennium voor Christus. (Filip Coppens)

  • R.S. Bagnall, Egypt in Late Antiquity, Princeton, 1993, ISBN 0-691-006986-7

Voor eenieder die meer te weten wil komen over het dagdagelijkse leven in het Oude Egypte tussen het einde van de derde eeuw en het midden van de vijfde eeuw na Christus, vormt het boek van Bagnall een uitstekende inleiding. Aan de hand van zowel tekstuele als archeologische gegevens schetst Bagnall hier de Oudegyptische maatschappij in haar verschillende aspecten. De relatie platteland-stad, de teloorgang van de traditionele Oudegyptische religie en de opkomst van het Christendom, het familiale leven, slavernij en dergelijke meer worden allen uitvoerig behandeld in afzonderlijke hoofdstukken. In tegenstelling tot heel wat andere werken over deze periode, dient zeker te worden opgemerkt dat Bagnall deze gegevens hier niet vanuit het standpunt van Alexandrië bekijkt, maar het land zelf onder de loep neemt. (Filip Coppens)

  • Ch. Jacob & F. de Polignac, Alexandrie IIe siècle av. J.-C. Tous les savoirs du monde ou le rève d' universalité des Ptolémées, Edition Autrement, série Muresnu, Paris, 1992, 261 blz, ISBN 2-86260-391-0

In zes hoofdstukken wordt u door verschillende specialisten een overzicht geboden van de geschiedenis van de stad Alexandrië tijdens de regering van de Ptolemaeën. In de proloog wordt aangetoond hoe de Delta tijdens de Late Tijd steeds belangrijker wordt. Zo is Alexandrië de erfgenaam van de hoofdsteden van Egypte tijdens de Late Tijd. De stad werd het centrum van de wereld en genoot van het enorme prestige dat zij door Alexander de Grote werd gesticht. Het uitbouwen van het museum met zijn enorme bibliotheek lokte de grootste kunstenaars en geleerden van die tijd naar Alexandrië. De stad was echter ook een kosmopoliet centrum waar Griekse en "barbaarse" (i.e. niet-Griekse) kennis verstrengeld geraakten om nieuwe theorieën te vormen. Demetrios van Phaleros, Zenodotos, Kallimachos en Eratosthenes zijn slechts enkele van de beroemdste medewerkers van de Alexandrijnse bibliotheek. Ptolemaeos II bracht Egypte naar een nieuw politiek en artistiek hoogtepunt dat zijn uitdrukking vond in de feesten, die de weerspiegeling moest zijn van de rijkdom en de macht van de Ptolemaeïsche dynastie. Alexandrië stond echter niet los van de rest van Egypte. Contact met de Egyptische godsdienst was onvermijdelijk en nieuwe goden verschenen. Het land werd door de Grieken administratief gereorganiseerd om Alexandrië te voorzien van alles wat Egypte kon voortbrengen. In een epiloog wordt tenslotte de toekomst van Alexandrië geschetst van de filosofen zoals Clemens van Alexandrië en Origenes, via het romantisch beeld van de stad in de literatuur tot aan de moderne opgravingen. (René Preys)

  • A. Bernand, Alexandrie des Ptolémées, CNRS Editions, Paris, 1995, ISBN 2-271-05277-7

In een eerste hoofdstuk wordt de stichting van de stad verteld: de keuze van de plaats, het belang van de zee, het afbakenen van het territorium van de stad, de bevolking. Daarna wordt aandacht besteed aan de Ptolemaeïsche dynastie die Alexandrië haar glorie verschafte, de bijnamen van de Ptolemaeën, de familiegeschiedenis met zijn huwelijken en zijn moorden. In het derde hoofdstuk worden de relaties van de stad met Egypte en de omringende wereld beschreven. Daarna komt het leven in de stad aan bod met een beschrijving van de belangrijkste monumenten, zoals de vuurtoren en de haven (4de hoofdstuk). De handel (5e hoofdstuk) was een belangrijke inkomst voor de stad. Producten van de hele wereld vloeiden samen, terwijl Alexandrijnse specialiteiten uitgevoerd werden. Het godsdienstige leven (6de hoofdstuk) stond in het teken van de ontmoeting tussen Griekse en Egyptische goden, waaruit nieuwe goden zoals Serapis ontstonden. Het culturele leven (7de hoofdstuk) was gecentraliseerd rond het museum en de Alexandrijnse bibliotheek. Het laatste hoofdstuk vertelt de laatste dagen van Alexandrië juist voor de Romeinse verovering. (René Preys)

  • M. Chauveau, L'Egypte au temps de Cléopatre, Hachette, Paris, 1997, 293 blz, ISBN 2-01-23-5335-5

Dit boek, dat zeer vlot leest, is de meest recente studie over de Egyptische maatschappij ten tijde van de Ptolemaeën. Het is gebaseerd op het meest recente archeologisch en historisch onderzoek. Een overzicht van de verschillende Ptolemaeën geeft u de nodige historische kennis om de gegevens in hun context terug te plaatsen. Daarna wordt het leven van de verschillende delen van de bevolking beschreven. In het tweede deel komt de koningsideologie van de Ptolemaeën aan bod met zijn twee gezichten: het Griekse en het Egyptische gezicht. Daarna worden de steden en het platteland, de economie en de maatschappij bestudeerd. Het contact van de Grieken met de Egyptische tempels, priesters en de dodencultus is een belangrijk onderdeel van deze studie. Het regime van de Ptolemaeën rustte op een belangrijk militair netwerk, terwijl de rijkdom van het land vooral gebaseerd was op het werk van de boer. Tenslotte wordt het multiculturele aspect van de Ptolemaeïsche maatschappij geschetst. (René Preys)

  • David O'Connor - Eric H. Cline (ed), Amenhotep III. Perspectives on his Reign. Ann Arbor 1998. ISBN 0-472-10742-9

In dit boek vindt men alle aspecten van de regering van Amenhotep III behandeld door specialisten (B. Bryan, R. Johnson, W. Murnane, K. Kitchen, J. Baines enzŠ). Het geeft ons een (bijna) volledig inzicht in de regering die de Amarna-periode voorafging en die waarschijnlijk fundamenteel was voor de Egyptische geschiedenis. De eerste twee hoofdstukken behandelen de geschiedenis van de regering zelf en de antecedenten. Hoofdstuk 3 en 4 zijn gewijd aan de verschillende kunstuitingen en hun relaties met de macht van de koning en de goden. In hoofdstuk 5 ziet men hoe ideologie omgezet wordt in architectuur door de bouw van steden en de aanleg van tempels. Het volgende hoofdstuk behandelt dan weer de praktijk van de administratie. In het 7e hoofdstuk worden de relaties van Egypte met zijn buren onderzocht. In het laatste hoofdstuk wordt tenslotte aangegeven hoe de regering van Amen-hotep III kon leiden tot de Amarna-periode.

  • Ian Shaw (ed.), The Oxford History of Ancient Egypt, Oxford University Press, 2000, 512 p., ill.; ISBN 0-19-815034-2

De uitgever van dit boek stelt in de inleiding dat het de bedoeling is de geschiedenis van Egypte te bestuderen niet alleen als een opeenvolging van politieke feiten maar ook van socio-economische en culturele ontwikkelingen. Het boek bevindt zich aldus in de anglo-saxische denkwereld die meer aandacht besteed aan culturele en sociale gegevens. Tussen de auteurs bevinden zich dan ook de specialisten van elke periode. Zo werd het hoofdstuk over de prehistorie geschreven door Stan Handrickx en Pierre Vermeersch. De Nagada-periode staat op naam van Béatrice Midant-Reynes die reeds vele jaren in Adaima opgraaft. Jaromir Malek nam het Oude Rijk voor zijn rekening en Stephen Seidelmayer de Eerste Tussenperiode. Betsy Brian vinden we terug voor het Nieuwe Rijk (vóór Amarna) en Jacobus Van Dijk (opgravingen van Sakkara) voor de periode na Amarna. Ian Shaw schrijft zelf een hoofdstuk over de contacten tussen Egypte en de rest van de wereld. Dit enkel om de bekendste te vernoemen. De eerste hoofdstukken beantwoorden inderdaad aan de bedoeling die Shaw in zijn inleiding uiteenzet. Voor de Prehistorie en de Nagada-cultuur worden de verschillende culturele en economische verwezenlijkingen zorgvuldig uiteengezet. In het hoofdstuk over de vroeg-dynastische periode wordt aandacht besteed aan de graven in Abydos en Sakkara, de ontwikkeling van het schrift, de eerste cultusplaatsen enz... Het Oude Rijk wordt dan weer gekenmerkt door zijn grootschalige bouwwerken, zijn economie en administratie, de funeraire cultus van de koning, allen geconcentreerd rond de residentie van de farao. In de Eerste Tussenperiode komt het provinciale aspect naar boven met alle gevolgen van dien voor de maatschappij, de economie, de godsdienst. Het hoofdstuk over het Middenrijk besteedt opnieuw veel aandacht aan de koningen. Het vervalt aldus gedeeltelijk in de traditionele politieke geschiedschrijving op basis van de opvolging van de koningen, alhoewel op het einde een aantal thema's zoals het koninklijk hof, de economie, de godsdienst aan bod komen. De tweede Tussenperiode wordt op originele manier benaderd vanuit het standpunt van enkele belangrijke centra zoals Avaris, Memfis, Cusae, Thebe en Elephantine en zelfs Koesj (Kerma). De twee hoofdstukken in verband met het Nieuwe Rijk nemen dan weer hopeloos het standpunt van de koning in en dit voor een periode waarvan de maatschappelijke veranderingen, economische werking, administratie enz ... misschien wel het best gekend zijn. Het hoofdstuk van Shaw heeft dan weer een mooi overzicht van de internationale relatie die Egypte onderhield met zijn buren. Tijdens de Derde Tussenperiode en de Late Tijd hadden deze contacten meestal plaats in het nadeel van Egypte dat verschillende heerschappijen moest ondergaan die sterk van elkaar verschilden. Het militaire aspect lijkt hier echter de rode draad te zijn. De Griekse en Romeinse perioden zijn dan weer ideaal om de confrontatie tussen Egypte en de Griekse wereldvisie te beschrijven. Deze vond voornamelijk plaats in Alexandrië. Al bij al, geeft dit boek een verfrissend beeld van de Egyptische geschiedenis, al zijn de eerste hoofdstukken duidelijk de interessantste omdat ze ook het best beantwoorden aan het doel, nl. een geschiedenis te schrijven die niet louter een opsomming is van koningen en hun daden, maar ook een beschrijving van onderliggende economische, culturele bewegingen die dikwijls een belangrijke invloed uitoefenden op de daden van de koningen. (René Preys)

 

Architectuur

  • Dieter Arnold, Die Tempel Ägyptens - Götterwohnungen, Baudenkmäler, Kultstätten, Bechtermünz Verlag, 1992, 239 blz, ISBN 3-86047-215-1

Dit boek, dat zeer vlot leest, is de meest recente studie over de Egyptische maatschappij ten tijde van de Ptolemaeën. Het is gebaseerd op het meest recente archeologisch en historisch onderzoek. Een overzicht van de verschillende Ptolemaeën geeft u de nodige historische kennis om de gegevens in hun context terug te plaatsen. Daarna wordt het leven van de verschillende delen van de bevolking beschreven. In het tweede deel komt de koningsideologie van de Ptolemaeën aan bod met zijn twee gezichten: het Griekse en het Egyptische gezicht. Daarna worden de steden en het platteland, de economie en de maatschappij bestudeerd. Het contact van de Grieken met de Egyptische tempels, priesters en de dodencultus is een belangrijk onderdeel van deze studie. Het regime van de Ptolemaeën rustte op een belangrijk militair netwerk, terwijl de rijkdom van het land vooral gebaseerd was op het werk van de boer. Tenslotte wordt het multiculturele aspect van de Ptolemaeïsche maatschappij geschetst. (René Preys)

  • M. Azim, P. Deleuze, C. Guthmann e.a., Karnak et sa topographie. I Les relevés modernes du temple d'Amon-Ré, 1967-1984, Monographie du CRA 19, Parijs, 1998., ISBN 2-271-05540-7

De negentiende monografie van het Centre de Recherches Archéologiques is volledig gewijd aan de topografie van de tempel van Amon-Re te Karnak. Het werk bestaat uit twee afzonderlijke volumes. Een eerste deel bevat uitsluitend topografische kaarten - op schaal 1/250 - van de verschillende delen van de Amontempel. Samen bieden deze zes kaarten niet alleen een volledig maar tevens een zeer gedetailleerd overzicht van de topografie van dit heiligdom. Het tweede volume is vervolgens een bespreking van deze platen en een overzicht van het topografisch werk dat het Centre franco-égyptien gedurende 17 jaar (1967-1984) te Karnak heeft uitgevoerd. Tevens stellen de auteurs een nieuwe nomenclatuur voor betreffende de verschillende topografische gehelen van dit monument. Deze publicatie is zodoende een uitermate interessant werkinstrument voor elkeen die zich bezighoudt met de studie van de tempel van Amon te Karnak. (Filip Coppens)

  • S. Aufrère, J.-C. Golvin en J.-C. Goyon, L'Egypte Restituée I-III, Parijs, 1991-1997

De auteurs van de serie "L'Egypte Restituée", waarvan sinds 1991 reeds drie volumes zijn verschenen, hebben zich tot doel gesteld het Oude Egypte te doen herleven aan de hand van talloze tekeningen met reconstructies van zowel tempeldomeinen als andere sites. Deze serie is geografisch opgebouwd - daarover zo dadelijk meer - en elk volume zelf heeft een chronologische indeling, naast een korte bespreking van de topografische en geologische situatie van het gebied. Per volume worden de belangrijkste sites van de te bespreken regio verder uitgediept en rijkelijk geïllustreerd met behulp van foto's en reconstructie-tekeningen van de verschillende monumenten. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat we niet altijd over evenveel gegevens beschikken om een bepaalde site volledig te kunnen reconstrueren tot haar oorspronkelijk uitzicht. Een aantal van deze tekeningen zijn dan ook gebaseerd op bepaalde interpretaties van de auteurs. In sommige gevallen zijn deze tekeningen zodoende zeker voor discussie vatbaar. Desalniettemin zijn zij er in geslaagd een visueel aantrekkelijk geheel bij mekaar te brengen dat is voorzien van de nodige tekstuele achtergrond. De tot dusver verschenen delen bestrijken de volgende gebieden van het Oude Egypte :

1. Sites et temples de Haute Egypte (ISBN 2-87772-063-2)
In een eerste volume wordt het zuiden van Egypte, en meer bepaald de zone tussen Dendera in het noorden en Kom Ombo in het zuiden, uit de doeken gedaan. De auteurs spenderen in dit deel zeer veel aandacht aan de Nieuwe Rijksmonumenten in de onmiddellijke omgeving van Thebe. Zo worden zowel de tempels van Karnak en Luxor, alsook de tempels van miljoenen jaren op de westelijke oever en de nabijgelegen necropolen uitvoerig besproken. De activiteiten in de vroegere perioden van dit gebied komen tevens aan bod, terwijl een laatste hoofdstuk is gewijd aan de grote tempeldomeinen uit de
Grieks-Romeinse periode, zoals Dendera, Edfoe, Esna en Kom Ombo.

2. Sites et temples des déserts (ISBN 2-877772-091-8)
Het tweede volume in de serie valt in twee grote delen uit mekaar. In een eerst groot geheel worden de oases van de Westelijke woestijn in detail besproken. Zo besteden de auteurs enkele hoofdstukken aan de geschiedenis van de Dachla en Kharga oase. Ook de Siwa, Baharia en Farafra oases, naast enkele "Lybische" oases komen in dit deel aan bod. Het twee gedeelte van dit volume is dan gewijd aan de Oostelijke Woestijn, met andere woorden de zone tussen de Nijlvallei en de Rode Zee. Enerzijds wordt hier uitvoerig ingegaan op de Oudegyptische activiteiten op het Sinaï-schiereiland, terwijl anderzijds de routes van de Nijl naar de Rode Zee, zoals de Wadi Hammamat, en de ontginningscentra in de Oostelijke Woestijn gedetailleerd worden besproken.

3. Sites, temples et pyramides de Moyenne et Basse Egypte, (ISBN 2-87772-148-5)
Het derde en voorlopig laatste deel in de serie van "L'Egypte Restituée" voert ons naar Noord en Midden Egypte. In vier grote hoofdstukken passeert de regio tussen de Middellandse Zee en Abydos hier de revue. In een eerste hoofdstuk staan voornamelijk de grote piramidesites, zoals Giza, Sakkara en Dahsjoer, centraal. Hierna wordt een bezoek gebracht aan de Fajoem, om vervolgens zuidwaarts de Nijl te volgen vanaf de ingang tot het Fajoem tot in de omgeving van Abydos. In een laatste hoofdstuk trekken we tenslotte de Delta in en worden de verschillende regio's tussen en langs de oostelijke en westelijke Nijlarm van naderbij bekeken.

Hiermee zijn we echter nog niet aan het eindpunt van deze serie gekomen - voor de nabije toekomst staan immers nog twee andere volumes op het programma. In een vierde volume is het de bedoeling verder naar het zuiden te trekken en aandacht te besteden aan het gebied vanaf en ten zuiden van de eerste cataract. Een vijfde en laatste volume zou tenslotte, vertrekkend vanuit Alexandrië, dieper ingaan op de Oudegyptische aanwezigheid in de Mediterrane wereld. (Filip Coppens)

  • S. Quirke (ed.), The Temple in Ancient Egypt. New Discoveries and Recent Research, Londen, 1997, ISBN 0-7141-0993-2

Dit werk is het resultaat van een internationaal colloquium over de tempel in het Oude Egypte dat in de zomer van 1994 in het British Museum plaatsvond. "The Temple in Ancient Egypt" bevat zodoende zestien bijdragen van sprekers op de conferentie en andere specialisten op het gebied van de Oudegyptische tempel. Globaal genomen valt het werk in drie grote delen uit mekaar. In een eerste deel van vijf artikels staan de tempels gewijd aan de koningscultus centraal. Zo heeft Rainer Stadelmann het ondermeer over de ontwikkeling van de piramidetempels in de vierde dynastie, terwijl ook tempels uit Aboesir, Lahoen en Thebe de revue passeren in de andere bijdragen. De vijf volgende artikels gaan dieper in op de recente ontwikkelingen in het onderzoek naar tempels gewijd aan de cultus van goden en godinnen. De tempel van Hathor te Serabit el-Chadim, tempels te Memphis en Behbeit el-Hagara, maar tevens de dierenheiligdommen. Een laatste hoofdstuk beschrijft de archeologische geschiedenis van Egypte waarbij niet alleen aandacht wordt besteed aan reizigers, avonturiers en archeologen maar ook aan de laatste belangrijke opgravingen en vondsten in Egypte. Het uitgebreide appendix is bovendien zeer behulpzaam. Men vindt er een glossarium, een lijst van Egyptische goden, een overzicht van historische plaatsen en egyptologische verzamelingen, een lijst van de koningen en vooral ook een zeer waardevol chronologisch overzicht van de culturen van Egypte, Kreta, Griekenland en Klein-Azië. (René Preys)

 

Godsdienst

  • A. Dodson en S. Ikram, The Mummy in Ancient Egypt. Equipping the Dead for Eternity, Londen, 1998, ISBN 977-424 488-5

Het rijkelijk geïllustreerde werk van Dodson en Ikram biedt een algemeen overzicht van de Oudegyptische begrafenisgewoonten door de millennia heen en is zowel voor de geïnteresseerde leek als de doorwinterde archeoloog een bron van heel wat informatie. Het boek is opgedeeld in drie grote gehelen. In een eerste deel behandelen de auteurs uitvoerig de historische ontwikkeling van de Oudegyptische praktijken omtrent het begraven van de overledenen en de evolutie van het hiermee samenhangende gedachtegoed. Zij besteden verder ook aandacht aan antieke en moderne grafroverij en gaan dieper in op de interesse die de Westerse wereld gedurende de laatste eeuwen voor de mummies heeft tentoon gespreid. Een tweede gedeelte van het werk van Dodson en Ikram is gewijd aan de verschillende aspecten van de Oudegyptische begrafenis. Vertrekkend vanuit de kern van het hele proces, de mummie zelf, bespreken zij achtereenvolgens de evolutie van het mummificatieproces, het omzwachtelen van de mummie, de amuletten en objecten die tussen de windsels werden geplaatst, de dodenmaskers, kisten en sarcofagen en de canopen. Het laatste deel van dit boek vormt een naslagwerk op zich. Naast de obligatoire tijdslijn en overzichtskaarten, vinden we hier tevens een beschrijvende catalogus terug van koninklijke mummies, overzichten van de koninklijke cachettes en informatie omtrent de mummie, lijkkisten en sarcofagen van alle farao' s. (Filip Coppens)

  • A. Roberts, My Heart My Mother. Death and rebirth in Ancient Egypt, 2000, 265 p., ISBN 0-952-4233-16
    R. Schumann Antelme - S. Rossini, Les secrets d'Hathor, éditions du rocher, 1999, 280 p., ISBN 2 7028-3930-3

Deze twee boeken hebben als onderwerp de theologie van de godin Hathor. Het eerste is het vervolg van Hathor Rising dat in 1995 uitkwam. Ditmaal wordt de theologie van de godin meer vanuit het standpunt van de funeraire wereld bekeken, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan het dodenboek en de funeraire teksten van de koningsgraven van het Nieuwe Rijk (Boek van Amdoeat, Boek van de Poorten, Boek van de Hemel enz...). Interessant is ook het laatste deel over de alchemie. Ondanks het feit dat het boek rijkelijk geïllustreerd is, heeft de auteur echter geen lessen getrokken uit de publicatie van het eerste boek en is ook in dit volume het grootste deel van de foto's zo wazig, dat het bijna onmogelijk is ze te identificeren.
Het tweede boek bekijkt de theologie vanuit een erotisch standpunt. Hathor is hier maar de uitvlucht om over de vrouw in het algemeen te spreken en dus over het huwelijk, de harem, prostitutie, liefdespoëzie, muziek, seksualiteit, geneeskunde en de erotische papyrus van Turijn. (René Preys)

 

Teksten

  • R.O. Faulkner, The Ancient Egyptian Pyramid Texts, Aris & Phillips Ltd., Wiltshire, 1969, ISBN 0-85668-297-7

Standaard werk. Een vertaling van de vroegste geschreven religieuze teksten, zoals ze gevonden werden op de muren van de piramiden van de 5de en 6de dynastie.

  • R.O. Faulkner, The Egyptian Book of the Dead - the Book of Going Forth by Day, Chronicle Books, San Francisco, 1994, ISBN 0-8118-0792-4

Standaard werk. Een vertaling van de teksten, gekend als het Egyptische dodenboek. Presentatie van de teksten aan de hand van de Papyrus van Ani. Prachtig geïllustreerd.

  • George Hart, A Dictionary of Egyptian Gods and Goddesses, Routledge, London, 1992, ISBN 0-415-05909-7

Alfabetisch overzicht van de Egyptische godenwereld, met uitgebreide illustraties en besprekingen. Een uitstekende, gemakkelijk mee te nemen gids voor de museum-bezoeker of Egypte reiziger.

 

Archeologie

  • N. Reeves, Ancient Egypt. The great Discoveries. A year by Year Chronicle, Thames and Hudson, London, 2000, 255 p., ISBN 0-500-05105-4.

Zoals de titel van het boek aankondigt, geeft Reeves hier een overzicht van de archeologische geschiedenis van Egypte. Zoals in de andere boeken in deze reeks (The complete ....) waarbij de piramiden, de Vallei der Koningen en Toetanchamon reeds behandeld werden, is ook dit volume prachtig geïllustreerd. De geschiedenis begint met de Rosetta stone in 1799 en eindigt met de vondst van de gouden mummies in de oase van Bahariya in 1999. Kortom 200 jaar archeologie die hier op prachtige wijze samengebracht is. Deze reis doorheen de tijd brengt ons uiteraard bij Mariette en het Serapeum (1851), de koninklijke mummies in Deir el-Bahari (1881), de juwelen van de prinsessen van het Middenrijk te Dahsjoer (1894), de vroegdynastische graven van Abydos (1899), het beeld van Nefertiti (1912), Toetanchamon (1922), de graven van Tanis (1939),de boten van Kheops (1954) en Alexandrië (1994). Maar ook vele andere vondsten, al dan niet gekend, worden hier chronologisch geplaatst.
Weet u wanneer het graf van Seti I gevonden werd? Wie vond de bekende Cheikh el-Beled uit het Cairo museum? Wanneer ontdekte men het graf van Hesyre (3e dyn.) en dat van Sennedjem (19e dyn.)? Waar komt de Amarna-correspondentie vandaan? Waar vond men het palet van Narmer? Wat is de schat van Tell Basta, die van Tell el-Moqdam of die van Tôd (dacht u misschien dat de schat van Toetanchamon de enig was in de Egyptologische geschiedenis?)? Hoe zit het met de Piramideteksten? Wie groef de Griekse stad Naucratis op? Wat is het graf van de drie prinsessen en wie is generaal Djehoety? Waar komt de papyrus van Ani vandaan en de Oxyrynchuspapyri, de Turijn papyri (koningspapyrus, plan van de goudmijnen, plan van het graf van Ramses IV, enz...)? Deze en vele andere vragen wordt opgelost door het lezen van dit prachtig boek. (René Preys)

 

Hiërogliefen

  • R.O. Faulkner, A Concise Dictionary of Middle Egyptian, Griffith Institute, Oxford, 1991, ISBN 0-900416-32-7

Hiëroglifisch woordenboek, met meer dan 5000 geselecteerde woorden. Onmisbaar bij de studie van Oudegyptische teksten.

  • Sir Alan Gardiner, Egyptian Grammar, 3rd Edition, Griffith Institute, Oxford, 1988, ISBN 0-900416-35-1

Nog steeds het standaardwerk voor een serieuze studie van de middelegyptische hiërogliefen. Bevat een uitgebreide tekenlijst plus woordenboek.

  • L.M.J. Zonhoven, Middel-Egyptische Grammatica - Een praktische inleiding in de Egyptische taal en het hiërogliefenschrift, Leiden, 1992, ISBN 90-6831-496-3

Een Nederlandstalige grammatica, gebaseerd op het standaardwerk van Gardiner. Vooral interessant omwille van de vele oefeningen.

  • M. Collier - B. Manley, Hiërogliefen ontcijferen en lezen. Een stap-voor-stap leerboek voor zelfstudie, Bulaaq, Amsterdam, 2000, 182 p., ISBN 90-5460-028-4.

Dit boek, vertaald door Olaf Kaper, is ongetwijfeld de beste inleiding in hiërogliefen lezen dat de laatste jaren op de markt is gekomen voor beginnelingen. Stap voor stap worden de principes van het schrift uiteengezet en dankzij de vele voorbeelden en oefeningen komt de lezer er geleidelijk toe zelf de teksten te ontcijferen en dit met een kleine basis van grammaticale principes. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Egyptische stèles en reliëfs die ook toelaten verschillende aspecten van de Egyptische cultuur te belichten, zoals de mummiekist, de cultus van Osiris, de offerformule, de titulatuur van de ambtenaren, de oproep aan de levenden. Zo ontdekt de lezer hoe schrift, taal en cultuur een geheel vormen. (René Preys)

 

Nubië

  • W.V. Davies (ed.), Egypt and Africa. Nubia from Prehistory to Islam, Londen, 1991, ISBN 0-7141-0962-2

In "Egypt and Africa" brengt Davies, curator van de Egyptische afdeling van het British Museum, een dertigtal wetenschappers samen die, elk binnen hun eigen vakgebied, zich toespitsen op de studie van verschillende aspecten van preïslamitisch Nubië. Het werk besteedt niet alleen veel aandacht aan de alom gekende relaties tussen Nubië en Egypte tijdens het Midden en het Nieuwe Rijk, maar behandelt ook minder gekende episodes uit de Nubische geschiedenis. Zo treffen we tevens artikels aan over begrafenisgebruiken in het Neolithicum en de bewoning in centraal Soedan tijdens de prehistorie. Ook de post-faraonische periode wordt uitvoerig behandeld, naast bijdragen over de vroegchristelijke kunst in Nubië en de Nubische koninkrijken in de vroege middeleeuwen. Het werk biedt zodoende een goed overzicht van zeer recente evoluties en ontdekkingen omtrent het oude Nubië. (Filip Coppens)

 

CD-Roms

  • Egypte 1156 voor Christus: het raadsel van de koninklijke tombe

Uw vader is beschuldigd van moord en je hebt drie dagen de tijd om zijn onschuld te bewijzen. dit is het basisgegeven van dit spel dat zich afspeelt tijdens de regering van Ramses III. Daarom begeef je je naar het graf van Sethi I, naar Deir el-Medina, de werkplaats van de balsemmers, een privé-graf en de tempel van Karnak. Doorheen prachtige 3D reconstructies van de sites ga je op zoek naar aanwijzingen. Daarbij is er niet alleen het genot van het spel maar wordt u spelenderwijs ook veel aangeleerd over de Egyptische cultuur. Zo speelt ook het Senetspel een belangrijke rol tijdens uw opzoekingen. Kortom veel speelplezier en ... let op voor de put in het graf van Sethi I!!! (René Preys)

  • Aux sources de l'Egypte ancienne. Encyclopédie multi-média de l' Egypte pharaonique, (Les temps qui Courent), 1996. (voor Macintosh en Windows 95)

Eén van de meer recentere en betere CD-roms over het Oude Egypte is het resultaat van de samenwerking tussen twee Franse egyptologen, Philippe Martinez en Jean-Claude Golvin (onder meer gekend als co-auteur van de drie volumes van "L'Egypte restituée"). Het valt dan ook meteen op dat de CD-rom, "Aux sources de l'Egypte ancienne", degelijk is onderbouwd en op wetenschappelijke leest is geschoeid. Slechts een zeer korte inleiding scheidt ons van het openingsblad. Globaal gesproken is dit werk opgebouwd rond vier grote gehelen, allen afzonderlijk bereikbaar vanuit dit hoofdmenu.

1. Een eerste groot onderdeel geeft een kaart van Egypte weer. In tegenstelling tot heel wat andere CD-roms die over het Oude Egypte handelen, hebben we hier echter niet te maken met een geografische kaart, maar eerder met een iconografische kaart. De Nijl fungeert nog steeds als leidraad door dit geheel, maar in plaats van toponiemen zijn het nu scènes uit het dagelijkse leven, voorstellingen van goden en reconstructies van tempels en paleizen die zijn afgebeeld. Zo zien we onder meer arbeiders aan het werk in de Wadi Hammamat of de god Min, vanzelfsprekend in de omgeving van Koptos en de Oostelijke Woestijn. Elke afbeelding kan worden aangeklikt waarna meer informatie wordt gegeven over desbetreffende godheid, site of activiteit. Op een aantal plaatsen is er bovendien nog mondelinge commentaar voorzien.

2. Het tweede onderdeel bevat een woordenlijst van een aantal symbolen. Algemene termen en symbolen, zoals het levensteken ankh of de djed-pijler, worden hier met woord en beeld uitgelegd.

3. Een tijdsband met een overzicht van niet alleen de voornaamste Oudegyptische heersers, maar ook van belangrijke gebeurtenissen in het geheel van het Oostelijke Mediterraan bekken van 2000000 jaar voor Christus tot 218 na Christus, vormt het derde groot geheel.

4. Tenslotte bevindt zich op deze CD-rom ook nog een woordenlijst van het Oude Egypte. Deze lijst is verder onderverdeeld in 7 grote categorieën : wetenschap, maatschappij, archeologie, literatuur, religie, geschiedenis en sites. Of je nu met vragen zit over astronomie in faraonische Egypte, wat meer achtergrondinformatie en een korte inhoud van het "Verhaal van de Schipbreukeling" wenst of farao Herihor beter wil leren kennen, het wordt hier in woord en beeld uit de doeken gedaan. De auteurs hebben zich bovendien niet beperkt tot slechts enkele woordjes uitleg of een korte algemene schets, maar geven vaak een uitermate gedetailleerd artikel aangaande één of andere term, god of gebruik. Zeer interessant is de categorie "sites", waarin maar liefst 90 archeologische vindplaatsen zijn opgenomen, gaande van de gekende Amontempel in Karnak tot de site van Tebtunys in de Fajoem of de Farafra oase in de westelijke woestijn.

Naast deze vier grote gehelen heeft men ook nog een hulpmenu en een algemene index ter zijner beschikking. Deze index is zowel alfabetisch als chronologisch opgebouwd. De chronologische informatie valt hier jammer genoeg vrij beperkt uit. In de alfabetische index zijn daarentegen 278 termen opgenomen - ongetwijfeld voor elk wat wils.